zeg ietsover jevriendEmojihoe jevoelt nuzeg ietsdat je blijmaaktnoem jefavorieteetenzeg jefavorietesportdoe eenbewegingendoe eenhigh-fivemetiemandhoeveelseizoenenzijn in hetjaarnoem 3groentendoe eengrappiggebaartekeneenemotiezeg eenwoord datje geleerdhebtzeg hoeveelmaandenheeft eenjaarnoem jefavorietedrinkszeg jeleeftijdzegeendierzeg ietsgrappigsdatgebeurdzeg ietswat jemorgengaat doenzeg eenzin van 3woordenzeg denaam vanje docentzeg jenaamzeg ietsdat je nogwilt lerenzegeenkleurtekeniets kleinop papierzeg ietsover jevriendEmojihoe jevoelt nuzeg ietsdat je blijmaaktnoem jefavorieteetenzeg jefavorietesportdoe eenbewegingendoe eenhigh-fivemetiemandhoeveelseizoenenzijn in hetjaarnoem 3groentendoe eengrappiggebaartekeneenemotiezeg eenwoord datje geleerdhebtzeg hoeveelmaandenheeft eenjaarnoem jefavorietedrinkszeg jeleeftijdzegeendierzeg ietsgrappigsdatgebeurdzeg ietswat jemorgengaat doenzeg eenzin van 3woordenzeg denaam vanje docentzeg jenaamzeg ietsdat je nogwilt lerenzegeenkleurtekeniets kleinop papier

Untitled Bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
N
2
N
3
I
4
N
5
G
6
I
7
I
8
O
9
G
10
I
11
G
12
B
13
G
14
O
15
O
16
B
17
B
18
B
19
I
20
O
21
G
22
O
23
N
24
B
  1. N-zeg iets over je vriend
  2. N-Emoji hoe je voelt nu
  3. I-zeg iets dat je blij maakt
  4. N-noem je favoriete eten
  5. G-zeg je favoriete sport
  6. I-doe een bewegingen
  7. I-doe een high-five met iemand
  8. O-hoeveel seizoenen zijn in het jaar
  9. G-noem 3 groenten
  10. I-doe een grappig gebaar
  11. G-teken een emotie
  12. B-zeg een woord dat je geleerd hebt
  13. G-zeg hoeveel maanden heeft een jaar
  14. O-noem je favoriete drinks
  15. O-zeg je leeftijd
  16. B-zeg een dier
  17. B-zeg iets grappigs dat gebeurd
  18. B-zeg iets wat je morgen gaat doen
  19. I-zeg een zin van 3 woorden
  20. O-zeg de naam van je docent
  21. G-zeg je naam
  22. O-zeg iets dat je nog wilt leren
  23. N-zeg een kleur
  24. B-teken iets klein op papier