Ik kan taken plannen. Ik kan mijn spullen goed verzorgen. Ik kan luisteren naar anderen. Ik kan rustig blijven als iets moeilijk is. Ik kan zelfstandig werken. Ik kan zelf ideeën bedenken. Ik kan rustig praten bij een meningsverschil. Ik kan goed luisteren naar mensen. Ik kan vriendelijk zijn tegen anderen. Ik kan zelf oplossingen zoeken. Ik kan mijn fouten verbeteren. Ik kan stap voor stap een probleem oplossen. Ik kan nadenken over mijn eigen werk. Ik kan blijven proberen als iets moeilijk is. Ik kan anderen laten uitpraten. Ik durf mee te doen in de les. Ik kan keuzes maken. Ik kan goed samenwerken met anderen. Ik kan anderen helpen. Ik kan goed nadenken over een opdracht. Ik kan mij goed concentreren. Ik kan mij aan afspraken houden. Ik kan rekening houden met anderen. Ik kan respect tonen. Ik wil beter worden. Ik kan moeilijke opdrachten toch proberen. Ik kan mijn huiswerk maken. Ik kan uitleg onthouden. Ik kan dingen zelf regelen. Ik kan netjes werken. Ik kan mijn werk afmaken. Ik kan positief blijven. Ik kan rustig doorwerken tijdens een taak. Ik kan duidelijk praten. Ik geef niet snel op. Ik kan om hulp vragen als dat nodig is. Ik kan vragen stellen als ik iets niet begrijp. Ik kan mijn mening geven in een groep. Ik kan doorwerken bij een moeilijke opdracht. Ik kan nieuwe dingen leren. Ik kan taken plannen. Ik kan mijn spullen goed verzorgen. Ik kan luisteren naar anderen. Ik kan rustig blijven als iets moeilijk is. Ik kan zelfstandig werken. Ik kan zelf ideeën bedenken. Ik kan rustig praten bij een meningsverschil. Ik kan goed luisteren naar mensen. Ik kan vriendelijk zijn tegen anderen. Ik kan zelf oplossingen zoeken. Ik kan mijn fouten verbeteren. Ik kan stap voor stap een probleem oplossen. Ik kan nadenken over mijn eigen werk. Ik kan blijven proberen als iets moeilijk is. Ik kan anderen laten uitpraten. Ik durf mee te doen in de les. Ik kan keuzes maken. Ik kan goed samenwerken met anderen. Ik kan anderen helpen. Ik kan goed nadenken over een opdracht. Ik kan mij goed concentreren. Ik kan mij aan afspraken houden. Ik kan rekening houden met anderen. Ik kan respect tonen. Ik wil beter worden. Ik kan moeilijke opdrachten toch proberen. Ik kan mijn huiswerk maken. Ik kan uitleg onthouden. Ik kan dingen zelf regelen. Ik kan netjes werken. Ik kan mijn werk afmaken. Ik kan positief blijven. Ik kan rustig doorwerken tijdens een taak. Ik kan duidelijk praten. Ik geef niet snel op. Ik kan om hulp vragen als dat nodig is. Ik kan vragen stellen als ik iets niet begrijp. Ik kan mijn mening geven in een groep. Ik kan doorwerken bij een moeilijke opdracht. Ik kan nieuwe dingen leren.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
Ik kan taken plannen.
Ik kan mijn spullen goed verzorgen.
Ik kan luisteren naar anderen.
Ik kan rustig blijven als iets moeilijk is.
Ik kan zelfstandig werken.
Ik kan zelf ideeën bedenken.
Ik kan rustig praten bij een meningsverschil.
Ik kan goed luisteren naar mensen.
Ik kan vriendelijk zijn tegen anderen.
Ik kan zelf oplossingen zoeken.
Ik kan mijn fouten verbeteren.
Ik kan stap voor stap een probleem oplossen.
Ik kan nadenken over mijn eigen werk.
Ik kan blijven proberen als iets moeilijk is.
Ik kan anderen laten uitpraten.
Ik durf mee te doen in de les.
Ik kan keuzes maken.
Ik kan goed samenwerken met anderen.
Ik kan anderen helpen.
Ik kan goed nadenken over een opdracht.
Ik kan mij goed concentreren.
Ik kan mij aan afspraken houden.
Ik kan rekening houden met anderen.
Ik kan respect tonen.
Ik wil beter worden.
Ik kan moeilijke opdrachten toch proberen.
Ik kan mijn huiswerk maken.
Ik kan uitleg onthouden.
Ik kan dingen zelf regelen.
Ik kan netjes werken.
Ik kan mijn werk afmaken.
Ik kan positief blijven.
Ik kan rustig doorwerken tijdens een taak.
Ik kan duidelijk praten.
Ik geef niet snel op.
Ik kan om hulp vragen als dat nodig is.
Ik kan vragen stellen als ik iets niet begrijp.
Ik kan mijn mening geven in een groep.
Ik kan doorwerken bij een moeilijke opdracht.
Ik kan nieuwe dingen leren.