Ik kanvriendelijkzijn tegenanderen.Ik kan goednadenkenover eenopdracht.Ik kan goedsamenwerkenmet anderen.Ik geefnietsnel op.Ik kan rustigdoorwerkentijdens eentaak.Ik kan rustigpraten bij eenmeningsverschil.Ik kannetjeswerken.Ik kanduidelijkpraten.Ik kanluisterennaaranderen.Ik kanuitlegonthouden.Ik kananderenhelpen.Ik kantakenplannen.Ik kan mijnfoutenverbeteren.Ik kan mijnspullengoedverzorgen.Ik durfmee tedoen inde les.Ik kan zelfideeënbedenken.Ik kan mijgoedconcentreren.Ik kananderenlatenuitpraten.Ik kankeuzesmaken.Ik kanzelfstandigwerken.Ik kan mijaanafsprakenhouden.Ik kan stapvoor stapeenprobleemoplossen.Ik kandingenzelfregelen.Ik kannadenkenover mijneigen werk.Ik kan mijnmeninggeven ineen groep.Ik kanmoeilijkeopdrachtentochproberen.Ik kan rustigblijven alsiets moeilijkis.Ik kan omhulp vragenals datnodig is.Ik kan goedluisterennaarmensen.Ik wilbeterworden.Ik kannieuwedingenleren.Ik kanpositiefblijven.Ik kan blijvenproberen alsiets moeilijkis.Ik kanrekeninghouden metanderen.Ik kanrespecttonen.Ik kanmijnhuiswerkmaken.Ik kanmijn werkafmaken.Ik kanvragenstellen als ikiets nietbegrijp.Ik kan zelfoplossingenzoeken.Ik kandoorwerkenbij eenmoeilijkeopdracht.Ik kanvriendelijkzijn tegenanderen.Ik kan goednadenkenover eenopdracht.Ik kan goedsamenwerkenmet anderen.Ik geefnietsnel op.Ik kan rustigdoorwerkentijdens eentaak.Ik kan rustigpraten bij eenmeningsverschil.Ik kannetjeswerken.Ik kanduidelijkpraten.Ik kanluisterennaaranderen.Ik kanuitlegonthouden.Ik kananderenhelpen.Ik kantakenplannen.Ik kan mijnfoutenverbeteren.Ik kan mijnspullengoedverzorgen.Ik durfmee tedoen inde les.Ik kan zelfideeënbedenken.Ik kan mijgoedconcentreren.Ik kananderenlatenuitpraten.Ik kankeuzesmaken.Ik kanzelfstandigwerken.Ik kan mijaanafsprakenhouden.Ik kan stapvoor stapeenprobleemoplossen.Ik kandingenzelfregelen.Ik kannadenkenover mijneigen werk.Ik kan mijnmeninggeven ineen groep.Ik kanmoeilijkeopdrachtentochproberen.Ik kan rustigblijven alsiets moeilijkis.Ik kan omhulp vragenals datnodig is.Ik kan goedluisterennaarmensen.Ik wilbeterworden.Ik kannieuwedingenleren.Ik kanpositiefblijven.Ik kan blijvenproberen alsiets moeilijkis.Ik kanrekeninghouden metanderen.Ik kanrespecttonen.Ik kanmijnhuiswerkmaken.Ik kanmijn werkafmaken.Ik kanvragenstellen als ikiets nietbegrijp.Ik kan zelfoplossingenzoeken.Ik kandoorwerkenbij eenmoeilijkeopdracht.

Kwaliteiten Bingo P1B - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
  1. Ik kan vriendelijk zijn tegen anderen.
  2. Ik kan goed nadenken over een opdracht.
  3. Ik kan goed samenwerken met anderen.
  4. Ik geef niet snel op.
  5. Ik kan rustig doorwerken tijdens een taak.
  6. Ik kan rustig praten bij een meningsverschil.
  7. Ik kan netjes werken.
  8. Ik kan duidelijk praten.
  9. Ik kan luisteren naar anderen.
  10. Ik kan uitleg onthouden.
  11. Ik kan anderen helpen.
  12. Ik kan taken plannen.
  13. Ik kan mijn fouten verbeteren.
  14. Ik kan mijn spullen goed verzorgen.
  15. Ik durf mee te doen in de les.
  16. Ik kan zelf ideeën bedenken.
  17. Ik kan mij goed concentreren.
  18. Ik kan anderen laten uitpraten.
  19. Ik kan keuzes maken.
  20. Ik kan zelfstandig werken.
  21. Ik kan mij aan afspraken houden.
  22. Ik kan stap voor stap een probleem oplossen.
  23. Ik kan dingen zelf regelen.
  24. Ik kan nadenken over mijn eigen werk.
  25. Ik kan mijn mening geven in een groep.
  26. Ik kan moeilijke opdrachten toch proberen.
  27. Ik kan rustig blijven als iets moeilijk is.
  28. Ik kan om hulp vragen als dat nodig is.
  29. Ik kan goed luisteren naar mensen.
  30. Ik wil beter worden.
  31. Ik kan nieuwe dingen leren.
  32. Ik kan positief blijven.
  33. Ik kan blijven proberen als iets moeilijk is.
  34. Ik kan rekening houden met anderen.
  35. Ik kan respect tonen.
  36. Ik kan mijn huiswerk maken.
  37. Ik kan mijn werk afmaken.
  38. Ik kan vragen stellen als ik iets niet begrijp.
  39. Ik kan zelf oplossingen zoeken.
  40. Ik kan doorwerken bij een moeilijke opdracht.