Begint telaat metleren.Onderbouwtantwoordenonvoldoende.Begintzonderplan.Controleerthet werkniet.Is snelafgeleid.Denkt tesnel dathij het nietkan.Doetweinigmetfeedback.Gokt teveel.Blokkeertals hetmoeilijkwordt.Heeft veelaansporingnodig.Werktte snel.Lijkt nietgemotiveerd.Werktchaotisch.Moetbeteropletten.Is snelklaar, maarnietnauwkeurig.Werkt nietzelfstandiggenoeg.Iswisselvallig.Haalt erniet uitwat erinzit.Gaat voordeminimaleinzet.Kanfeedbackmoeilijkontvangen.Kan veelmeer danhij laatzien.Heeft moeitemetsamenwerken.Is tepassief.Toontweiniginzet.Leert teoppervlakkig.Neemtweiniginitiatief.Er zit eendalendelijn in.Kan destof nietgoedtoepassen.Vergeetvaakhuiswerk.Praatdoor deuitlegheen.Is sneltevreden.Heeftsteedsbevestigingnodig.Verstoortsoms deles.Begrijptde vraagvaakverkeerd.Geeftte snelop.Mag thuismeerdoen.Leest deopdrachtniet goed.Wachtte veelaf.Vraagtpas hulpals het telaat is.Komtmoeilijkop gang.Free!Werktslordig.Roept teveel doorde klas.Resultatenblijvenachter.Maakt hetzichzelf temakkelijk.Gaatuitdaginguit deweg.Laat zichmeeslependooranderen.Legt deoorzaakvaak buitenzichzelf.Blijft telanghangen.Drukt zijneigenmening teveel door.Plantslecht.Begint telaat metleren.Onderbouwtantwoordenonvoldoende.Begintzonderplan.Controleerthet werkniet.Is snelafgeleid.Denkt tesnel dathij het nietkan.Doetweinigmetfeedback.Gokt teveel.Blokkeertals hetmoeilijkwordt.Heeft veelaansporingnodig.Werktte snel.Lijkt nietgemotiveerd.Werktchaotisch.Moetbeteropletten.Is snelklaar, maarnietnauwkeurig.Werkt nietzelfstandiggenoeg.Iswisselvallig.Haalt erniet uitwat erinzit.Gaat voordeminimaleinzet.Kanfeedbackmoeilijkontvangen.Kan veelmeer danhij laatzien.Heeft moeitemetsamenwerken.Is tepassief.Toontweiniginzet.Leert teoppervlakkig.Neemtweiniginitiatief.Er zit eendalendelijn in.Kan destof nietgoedtoepassen.Vergeetvaakhuiswerk.Praatdoor deuitlegheen.Is sneltevreden.Heeftsteedsbevestigingnodig.Verstoortsoms deles.Begrijptde vraagvaakverkeerd.Geeftte snelop.Mag thuismeerdoen.Leest deopdrachtniet goed.Wachtte veelaf.Vraagtpas hulpals het telaat is.Komtmoeilijkop gang.Free!Werktslordig.Roept teveel doorde klas.Resultatenblijvenachter.Maakt hetzichzelf temakkelijk.Gaatuitdaginguit deweg.Laat zichmeeslependooranderen.Legt deoorzaakvaak buitenzichzelf.Blijft telanghangen.Drukt zijneigenmening teveel door.Plantslecht.

Untitled Bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
  1. Begint te laat met leren.
  2. Onderbouwt antwoorden onvoldoende.
  3. Begint zonder plan.
  4. Controleert het werk niet.
  5. Is snel afgeleid.
  6. Denkt te snel dat hij het niet kan.
  7. Doet weinig met feedback.
  8. Gokt te veel.
  9. Blokkeert als het moeilijk wordt.
  10. Heeft veel aansporing nodig.
  11. Werkt te snel.
  12. Lijkt niet gemotiveerd.
  13. Werkt chaotisch.
  14. Moet beter opletten.
  15. Is snel klaar, maar niet nauwkeurig.
  16. Werkt niet zelfstandig genoeg.
  17. Is wisselvallig.
  18. Haalt er niet uit wat erin zit.
  19. Gaat voor de minimale inzet.
  20. Kan feedback moeilijk ontvangen.
  21. Kan veel meer dan hij laat zien.
  22. Heeft moeite met samenwerken.
  23. Is te passief.
  24. Toont weinig inzet.
  25. Leert te oppervlakkig.
  26. Neemt weinig initiatief.
  27. Er zit een dalende lijn in.
  28. Kan de stof niet goed toepassen.
  29. Vergeet vaak huiswerk.
  30. Praat door de uitleg heen.
  31. Is snel tevreden.
  32. Heeft steeds bevestiging nodig.
  33. Verstoort soms de les.
  34. Begrijpt de vraag vaak verkeerd.
  35. Geeft te snel op.
  36. Mag thuis meer doen.
  37. Leest de opdracht niet goed.
  38. Wacht te veel af.
  39. Vraagt pas hulp als het te laat is.
  40. Komt moeilijk op gang.
  41. Free!
  42. Werkt slordig.
  43. Roept te veel door de klas.
  44. Resultaten blijven achter.
  45. Maakt het zichzelf te makkelijk.
  46. Gaat uitdaging uit de weg.
  47. Laat zich meeslepen door anderen.
  48. Legt de oorzaak vaak buiten zichzelf.
  49. Blijft te lang hangen.
  50. Drukt zijn eigen mening te veel door.
  51. Plant slecht.