“Mijnwekker isnietafgegaan.”“De buswas telaat.”“Ah moestdatvandaagaf zijn?”“Mijnlaptopmoestupdaten.”“Dat stondniet in deplanner.”“Dat isgeenenergydrink.”“Overdrijf.”“Ik hebmijn laptopvergetenopladen.”“Ik zatvast ophet toilet.”"Maar uwordtbetaald,mevrouw."“Mijn boekzat nog ineen andereboekentas.”“Niemandwist dat.”"Mevrouw,ik moestwerkengisteren."“Ik hebvanochtendniet ontbetendus ik MOETnu eten.”Iemand zegt"mag ik naartoilet?"binnen deeerste 5 min.“Ik ben perongeluk naarhet verkeerdelokaalgegaan.”"Het is nietzo diep,mevrouw".“Mijnbestand isverwijderd.”"Ik wasafwezigdie dag.""Ik heb hetniet over-geschreven."Iemandzoekt eenstylo."Ik heb dat inmijn hoofdgemaakt,niet oppapier."Leerlingbegint 10min. voor debel al op teruimen.Leerlingstudeerttijdens de lesvoor eentoets“Mijnwekker isnietafgegaan.”“De buswas telaat.”“Ah moestdatvandaagaf zijn?”“Mijnlaptopmoestupdaten.”“Dat stondniet in deplanner.”“Dat isgeenenergydrink.”“Overdrijf.”“Ik hebmijn laptopvergetenopladen.”“Ik zatvast ophet toilet.”"Maar uwordtbetaald,mevrouw."“Mijn boekzat nog ineen andereboekentas.”“Niemandwist dat.”"Mevrouw,ik moestwerkengisteren."“Ik hebvanochtendniet ontbetendus ik MOETnu eten.”Iemand zegt"mag ik naartoilet?"binnen deeerste 5 min.“Ik ben perongeluk naarhet verkeerdelokaalgegaan.”"Het is nietzo diep,mevrouw".“Mijnbestand isverwijderd.”"Ik wasafwezigdie dag.""Ik heb hetniet over-geschreven."Iemandzoekt eenstylo."Ik heb dat inmijn hoofdgemaakt,niet oppapier."Leerlingbegint 10min. voor debel al op teruimen.Leerlingstudeerttijdens de lesvoor eentoets

Excuses - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. “Mijn wekker is niet afgegaan.”
  2. “De bus was te laat.”
  3. “Ah moest dat vandaag af zijn?”
  4. “Mijn laptop moest updaten.”
  5. “Dat stond niet in de planner.”
  6. “Dat is geen energy drink.”
  7. “Overdrijf.”
  8. “Ik heb mijn laptop vergeten opladen.”
  9. “Ik zat vast op het toilet.”
  10. "Maar u wordt betaald, mevrouw."
  11. “Mijn boek zat nog in een andere boekentas.”
  12. “Niemand wist dat.”
  13. "Mevrouw, ik moest werken gisteren."
  14. “Ik heb vanochtend niet ontbeten dus ik MOET nu eten.”
  15. Iemand zegt "mag ik naar toilet?" binnen de eerste 5 min.
  16. “Ik ben per ongeluk naar het verkeerde lokaal gegaan.”
  17. "Het is niet zo diep, mevrouw".
  18. “Mijn bestand is verwijderd.”
  19. "Ik was afwezig die dag."
  20. "Ik heb het niet over-geschreven."
  21. Iemand zoekt een stylo.
  22. "Ik heb dat in mijn hoofd gemaakt, niet op papier."
  23. Leerling begint 10 min. voor de bel al op te ruimen.
  24. Leerling studeert tijdens de les voor een toets