Opgegroeidis op eenboerderij ............Eenradslag kan ..........In het franstot 10 kantellen ...........van paardenhoudt  ........... Bang is voorspinnen ..........Al minimaal2 keerverhuisd is .................Een zus(je)heeft ...........Ooit ietsheeftgebroken ............In een andereprovincie heeftgewoond ...........dezelfdehobby heeft ...........goed kanvoetballen ..........Ophandbal zit ..............Eenmuziekinstrumentkan spelen ..........Eengoocheltrucjekent ............Eenbroer(tje)heeft............In dezomervakantiejarig is ..........Opgegroeidis op eenboerderij ............Eenradslag kan ..........In het franstot 10 kantellen ...........van paardenhoudt  ........... Bang is voorspinnen ..........Al minimaal2 keerverhuisd is .................Een zus(je)heeft ...........Ooit ietsheeftgebroken ............In een andereprovincie heeftgewoond ...........dezelfdehobby heeft ...........goed kanvoetballen ..........Ophandbal zit ..............Eenmuziekinstrumentkan spelen ..........Eengoocheltrucjekent ............Eenbroer(tje)heeft............In dezomervakantiejarig is ..........

BINGO: Zoek iemand die.... - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
  1. Opgegroeid is op een boerderij ............
  2. Een radslag kan ..........
  3. In het frans tot 10 kan tellen ...........
  4. van paarden houdt ...........
  5. Bang is voor spinnen ..........
  6. Al minimaal 2 keer verhuisd is .................
  7. Een zus(je) heeft ...........
  8. Ooit iets heeft gebroken ............
  9. In een andere provincie heeft gewoond ...........
  10. dezelfde hobby heeft ...........
  11. goed kan voetballen ..........
  12. Op handbal zit ..............
  13. Een muziekinstrument kan spelen ..........
  14. Een goocheltrucje kent ............
  15. Een broer(tje) heeft ............
  16. In de zomervakantie jarig is ..........