InDuitslandop vakantieis geweestIn Frankrijkopvakantie isgeweestHeeftgevarenIsverbrandIn eenhotelheeftgeslapenHeeftgebarbecuedIn eenmuseumisgeweestMeer dan5 ijsjesheeftgegetenBij opa enoma heeftgelogeerdMet deauto opvakantie isgeweestHeeftgesportIn defilestondEenboterhammetpindakaasheeft gegetenMet eenklasgenootjeheeftafgesprokenEen nieuwevriend/vriendinheeft gemaaktIn eentent heeftgeslapenIn eencaravanheeftgeslapenInNederlandop vakantieis geweestIn de zeeheeftgezwommenVeel heeftuitgeslapenMet hetvliegtuigisgeweestMeer dan3 boekenheeftgelezennaar eengrotespeeltuinis geweestFamilie inhetbuitenlandheeftbezochtInDuitslandop vakantieis geweestIn Frankrijkopvakantie isgeweestHeeftgevarenIsverbrandIn eenhotelheeftgeslapenHeeftgebarbecuedIn eenmuseumisgeweestMeer dan5 ijsjesheeftgegetenBij opa enoma heeftgelogeerdMet deauto opvakantie isgeweestHeeftgesportIn defilestondEenboterhammetpindakaasheeft gegetenMet eenklasgenootjeheeftafgesprokenEen nieuwevriend/vriendinheeft gemaaktIn eentent heeftgeslapenIn eencaravanheeftgeslapenInNederlandop vakantieis geweestIn de zeeheeftgezwommenVeel heeftuitgeslapenMet hetvliegtuigisgeweestMeer dan3 boekenheeftgelezennaar eengrotespeeltuinis geweestFamilie inhetbuitenlandheeftbezocht

Zoek iemand die in de vakantie - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
  1. In Duitsland op vakantie is geweest
  2. In Frankrijk op vakantie is geweest
  3. Heeft gevaren
  4. Is verbrand
  5. In een hotel heeft geslapen
  6. Heeft gebarbecued
  7. In een museum is geweest
  8. Meer dan 5 ijsjes heeft gegeten
  9. Bij opa en oma heeft gelogeerd
  10. Met de auto op vakantie is geweest
  11. Heeft gesport
  12. In de file stond
  13. Een boterham met pindakaas heeft gegeten
  14. Met een klasgenootje heeft afgesproken
  15. Een nieuwe vriend/vriendin heeft gemaakt
  16. In een tent heeft geslapen
  17. In een caravan heeft geslapen
  18. In Nederland op vakantie is geweest
  19. In de zee heeft gezwommen
  20. Veel heeft uitgeslapen
  21. Met het vliegtuig is geweest
  22. Meer dan 3 boeken heeft gelezen
  23. naar een grote speeltuin is geweest
  24. Familie in het buitenland heeft bezocht