EenonderwijsassistentisZorgcoördinatorisVaakkoudethee/koffiedrinktMetSnappetwerktEen echteRinconeiroisInternbegeleiderisMeervakantiewiltOuder heeftdie ookleerkrachtis/wasMeer dan5 jaar lesgeeftMetpluspuntwerktEendirecteurisLogopedisteisFulltimewerktMet deauto naarwerk gaatMinderdan 5 jaarles geeftPsycholoogisHakkenaanheeftOnderwijsassistentisIn hetonderwijszit voor devakantieEenleerkrachtgroep 7 isVindt dathij/zij deleukstebaan heeftEen plantjeop zijn/haarbureauheeftBroodeet alslunchMet defiets naarwerk gaatEenonderwijsassistentisZorgcoördinatorisVaakkoudethee/koffiedrinktMetSnappetwerktEen echteRinconeiroisInternbegeleiderisMeervakantiewiltOuder heeftdie ookleerkrachtis/wasMeer dan5 jaar lesgeeftMetpluspuntwerktEendirecteurisLogopedisteisFulltimewerktMet deauto naarwerk gaatMinderdan 5 jaarles geeftPsycholoogisHakkenaanheeftOnderwijsassistentisIn hetonderwijszit voor devakantieEenleerkrachtgroep 7 isVindt dathij/zij deleukstebaan heeftEen plantjeop zijn/haarbureauheeftBroodeet alslunchMet defiets naarwerk gaat

Unidat pa enseñansa - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. Een onderwijs assistent is
  2. Zorg coördinator is
  3. Vaak koude thee/koffie drinkt
  4. Met Snappet werkt
  5. Een echte Rinconeiro is
  6. Intern begeleider is
  7. Meer vakantie wilt
  8. Ouder heeft die ook leerkracht is/was
  9. Meer dan 5 jaar les geeft
  10. Met pluspunt werkt
  11. Een directeur is
  12. Logopediste is
  13. Fulltime werkt
  14. Met de auto naar werk gaat
  15. Minder dan 5 jaar les geeft
  16. Psycholoog is
  17. Hakken aan heeft
  18. Onderwijs assistent is
  19. In het onderwijs zit voor de vakantie
  20. Een leerkracht groep 7 is
  21. Vindt dat hij/zij de leukste baan heeft
  22. Een plantje op zijn/haar bureau heeft
  23. Brood eet als lunch
  24. Met de fiets naar werk gaat