M’ncomputerisgecrashtKanhet ookmorgenWaar heb jegrammaticaeigenlijkvoor nodig?U moetaltijd mijhebbenWaarommogen wegeenoortjes in?Hier hebik nognooit vangehoord.Stond hetwel opSom?Mevrouwwat gaanwe doenvandaagMag ik nunaar de wc?Ik was het inde pauzevergeten.Pak jeRust,RuslandMijn ouderslezen deschoolmailnooitWaarslaatdat op?Mam, oeuhmevrouwbedoel ik.KorteklapHebben weles in eenbezemkast?Ik zie hetnut hierniet van inIk doe heelerg mijn bestom op tijd tekomenOh, het ligtnog thuisop mijnbureauHeeftiemandeen penvoor meSom? Mijnwachtwoorddoet hetniet.Dan kunje het netzo goedniet doenHoezomoeten wedat eigenlijkdoen?Hoezo telaat? M’ntas wasbinnen.Ik heb hetecht gemaakt,maar opeensis het wegNiet eten?Maar ikhebhonger!Is hetvoor eencijfer?Mevrouw,weet uhoe datzit?Alweer 40minutenroosterIk heb hetverkeerdeboekmeegenomenIk heb geentijd voor m’nhuiswerk, ikmoetwerken.Mogen we in depauzedoorwerken?Dan kunnen weeerder naarhuis.Mevrouw, ditkeer heb ikhet echtgoedgeleerd!Zo, wie heefter hier eenwappertjegelatenDe inktvan deprinterwas opHeb jeeen boeknodig,dan?Maar, ik moetm’n mobiel nuopladen, hij isbijna leeg!Mogen weeerdernaar huisJij trektvollezalenHet washeeeeeelsaaiMag jeoortjesin?KaaslollieIs Zoefer niet?Moet ik datallemaalopschrijven?Ik maak weleen foto.Deprinteris stukKunnenwe dit nietoverslaan?ajamaarmevrouwJMevrouwwanneerkrijgen weeen kapstokWilt u het nogeen keeruitleggen; ikheb vorige keerniet geluisterdMag ikm’n flesjevullenHet borddoet hetnietKunnen weniet beterdie lesoverslaanZijn wedaneerderuit?TennistostieDat istochstom!Yes,een 5.6Maar ikzeihelemaalniks?!M’ncomputerisgecrashtKanhet ookmorgenWaar heb jegrammaticaeigenlijkvoor nodig?U moetaltijd mijhebbenWaarommogen wegeenoortjes in?Hier hebik nognooit vangehoord.Stond hetwel opSom?Mevrouwwat gaanwe doenvandaagMag ik nunaar de wc?Ik was het inde pauzevergeten.Pak jeRust,RuslandMijn ouderslezen deschoolmailnooitWaarslaatdat op?Mam, oeuhmevrouwbedoel ik.KorteklapHebben weles in eenbezemkast?Ik zie hetnut hierniet van inIk doe heelerg mijn bestom op tijd tekomenOh, het ligtnog thuisop mijnbureauHeeftiemandeen penvoor meSom? Mijnwachtwoorddoet hetniet.Dan kunje het netzo goedniet doenHoezomoeten wedat eigenlijkdoen?Hoezo telaat? M’ntas wasbinnen.Ik heb hetecht gemaakt,maar opeensis het wegNiet eten?Maar ikhebhonger!Is hetvoor eencijfer?Mevrouw,weet uhoe datzit?Alweer 40minutenroosterIk heb hetverkeerdeboekmeegenomenIk heb geentijd voor m’nhuiswerk, ikmoetwerken.Mogen we in depauzedoorwerken?Dan kunnen weeerder naarhuis.Mevrouw, ditkeer heb ikhet echtgoedgeleerd!Zo, wie heefter hier eenwappertjegelatenDe inktvan deprinterwas opHeb jeeen boeknodig,dan?Maar, ik moetm’n mobiel nuopladen, hij isbijna leeg!Mogen weeerdernaar huisJij trektvollezalenHet washeeeeeelsaaiMag jeoortjesin?KaaslollieIs Zoefer niet?Moet ik datallemaalopschrijven?Ik maak weleen foto.Deprinteris stukKunnenwe dit nietoverslaan?ajamaarmevrouwJMevrouwwanneerkrijgen weeen kapstokWilt u het nogeen keeruitleggen; ikheb vorige keerniet geluisterdMag ikm’n flesjevullenHet borddoet hetnietKunnen weniet beterdie lesoverslaanZijn wedaneerderuit?TennistostieDat istochstom!Yes,een 5.6Maar ikzeihelemaalniks?!

HGL diploma bingo! - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
  1. M’n computer is gecrasht
  2. Kan het ook morgen
  3. Waar heb je grammatica eigenlijk voor nodig?
  4. U moet altijd mij hebben
  5. Waarom mogen we geen oortjes in?
  6. Hier heb ik nog nooit van gehoord.
  7. Stond het wel op Som?
  8. Mevrouw wat gaan we doen vandaag
  9. Mag ik nu naar de wc? Ik was het in de pauze vergeten.
  10. Pak je Rust, Rusland
  11. Mijn ouders lezen de schoolmail nooit
  12. Waar slaat dat op?
  13. Mam, o euh mevrouw bedoel ik.
  14. Korte klap
  15. Hebben we les in een bezemkast?
  16. Ik zie het nut hier niet van in
  17. Ik doe heel erg mijn best om op tijd te komen
  18. Oh, het ligt nog thuis op mijn bureau
  19. Heeft iemand een pen voor me
  20. Som? Mijn wachtwoord doet het niet.
  21. Dan kun je het net zo goed niet doen
  22. Hoezo moeten we dat eigenlijk doen?
  23. Hoezo te laat? M’n tas was binnen.
  24. Ik heb het echt gemaakt, maar opeens is het weg
  25. Niet eten? Maar ik heb honger!
  26. Is het voor een cijfer?
  27. Mevrouw, weet u hoe dat zit?
  28. Alweer 40 minuten rooster
  29. Ik heb het verkeerde boek meegenomen
  30. Ik heb geen tijd voor m’n huiswerk, ik moet werken.
  31. Mogen we in de pauze doorwerken? Dan kunnen we eerder naar huis.
  32. Mevrouw, dit keer heb ik het echt goed geleerd!
  33. Zo, wie heeft er hier een wappertje gelaten
  34. De inkt van de printer was op
  35. Heb je een boek nodig, dan?
  36. Maar, ik moet m’n mobiel nu opladen, hij is bijna leeg!
  37. Mogen we eerder naar huis
  38. Jij trekt volle zalen
  39. Het was heeeeeel saai
  40. Mag je oortjes in?
  41. Kaaslollie
  42. Is Zoef er niet?
  43. Moet ik dat allemaal opschrijven? Ik maak wel een foto.
  44. De printer is stuk
  45. Kunnen we dit niet overslaan?
  46. ajamaarmevrouwJ
  47. Mevrouw wanneer krijgen we een kapstok
  48. Wilt u het nog een keer uitleggen; ik heb vorige keer niet geluisterd
  49. Mag ik m’n flesje vullen
  50. Het bord doet het niet
  51. Kunnen we niet beter die les overslaan
  52. Zijn we dan eerder uit?
  53. Tennis tostie
  54. Dat is toch stom!
  55. Yes, een 5.6
  56. Maar ik zei helemaal niks?!