binnenkortbetekenendusnoemen,vermeldenbeslist,zeker,volkomenbeslist,absoluutbehalveoverigensbeperking,afzwakkingdankzijauteur(m/v)toenvroeger…,nu…pasechtechtertegelijkertijdalineajuist,preciesconclude-ren uitalsvolgendein iedergeval,tenminstebeogenliever…,dan…feitelijk,inderdaadniet…,maar…zodat;om… te;met debedoelingookdaarnatot nutoerecent,kortgeledenuitbreidingverklaringbovendieneigenlijkinhoudensomsechter,tochdaarvooreens…,nu…intussenhoeweltenslotte,per slotvanrekeningnublijkenuitverhouding,relatieInplaatsdaarvanzelfsstellinggevolgomdatnamelijkvervangenaltijddan,toenoverigens,“by theway”bewerenwaarvoor?vaakwant,omdatblijkbaar,duidelijknietalleen…,maarook…vast enzekernetzo…als…daarombijvoorbeeldtegenstel-lingeerderdesondankshoe…,hoe…echtervoordatalleenmaar,slechtsterwijlzichverhoudenzekerInplaatsvanmaarversterkingovereen-komenmetomdatvandaarvandaagtochondankszo, opdiemanierdaarmee;om te…weliswaar…maar…versterkingalhelemaalhierna,achterafnadatenerzijds…,anderzijdsnoch…noch…redenuitspraakbevestigingverder,voor derestookdaarentegenconclusienormaalgesprokenbinnenkortbetekenendusnoemen,vermeldenbeslist,zeker,volkomenbeslist,absoluutbehalveoverigensbeperking,afzwakkingdankzijauteur(m/v)toenvroeger…,nu…pasechtechtertegelijkertijdalineajuist,preciesconclude-ren uitalsvolgendein iedergeval,tenminstebeogenliever…,dan…feitelijk,inderdaadniet…,maar…zodat;om… te;met debedoelingookdaarnatot nutoerecent,kortgeledenuitbreidingverklaringbovendieneigenlijkinhoudensomsechter,tochdaarvooreens…,nu…intussenhoeweltenslotte,per slotvanrekeningnublijkenuitverhouding,relatieInplaatsdaarvanzelfsstellinggevolgomdatnamelijkvervangenaltijddan,toenoverigens,“by theway”bewerenwaarvoor?vaakwant,omdatblijkbaar,duidelijknietalleen…,maarook…vast enzekernetzo…als…daarombijvoorbeeldtegenstel-lingeerderdesondankshoe…,hoe…echtervoordatalleenmaar,slechtsterwijlzichverhoudenzekerInplaatsvanmaarversterkingovereen-komenmetomdatvandaarvandaagtochondankszo, opdiemanierdaarmee;om te…weliswaar…maar…versterkingalhelemaalhierna,achterafnadatenerzijds…,anderzijdsnoch…noch…redenuitspraakbevestigingverder,voor derestookdaarentegenconclusienormaalgesproken

Examenwoordenschat Duits - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
  1. binnenkort
  2. betekenen
  3. dus
  4. noemen, vermelden
  5. beslist, zeker, volkomen
  6. beslist, absoluut
  7. behalve
  8. overigens
  9. beperking, afzwakking
  10. dankzij
  11. auteur (m/v)
  12. toen
  13. vroeger…, nu…
  14. pas echt
  15. echter
  16. tegelijkertijd
  17. alinea
  18. juist, precies
  19. conclude- ren uit
  20. als volgende
  21. in ieder geval, tenminste
  22. beogen
  23. liever…, dan…
  24. feitelijk, inderdaad
  25. niet…, maar…
  26. zodat; om… te; met de bedoeling
  27. ook
  28. daarna
  29. tot nu toe
  30. recent, kort geleden
  31. uitbreiding
  32. verklaring
  33. bovendien
  34. eigenlijk
  35. inhouden
  36. soms
  37. echter, toch
  38. daarvoor
  39. eens…, nu…
  40. intussen
  41. hoewel
  42. tenslotte, per slot van rekening
  43. nu
  44. blijken uit
  45. verhouding, relatie
  46. In plaats daarvan
  47. zelfs
  48. stelling
  49. gevolg
  50. omdat
  51. namelijk
  52. vervangen
  53. altijd
  54. dan, toen
  55. overigens, “by the way”
  56. beweren
  57. waarvoor?
  58. vaak
  59. want, omdat
  60. blijkbaar, duidelijk
  61. niet alleen…, maar ook…
  62. vast en zeker
  63. net zo… als…
  64. daarom
  65. bijvoorbeeld
  66. tegenstel- ling
  67. eerder
  68. desondanks
  69. hoe…, hoe…
  70. echter
  71. voordat
  72. alleen maar, slechts
  73. terwijl
  74. zich verhouden
  75. zeker
  76. In plaats van
  77. maar
  78. versterking
  79. overeen- komen met
  80. omdat
  81. vandaar
  82. vandaag
  83. toch
  84. ondanks
  85. zo, op die manier
  86. daarmee; om te…
  87. weliswaar… maar…
  88. versterking
  89. al helemaal
  90. hierna, achteraf
  91. nadat
  92. enerzijds…, anderzijds
  93. noch… noch…
  94. reden
  95. uitspraak
  96. bevestiging
  97. verder, voor de rest
  98. ook
  99. daarentegen
  100. conclusie
  101. normaalgesproken