OpwelkewijzeDoornemenUitgebreidMotiverenBe-redenerenNagaanVerklarenIs eenvereisteControlerenVergelijkenAangevenVerzinnenGe-detailleerdAan-kondigingOn-derscheidWijzigenWeergevenBepalenFraudeOpwelkewijzeVermeldenOm-schrijvenVereistInnemenAangevenAanpassenKernachtigStelVerwerkenStukvoorstukVerzinnenOmslachtigOorzakenAangevenDientDoorhalenNauw-keurigSelecterenDe-monstrerenCon-staterenOorzakenUitvoerigDegrotelijnDeinrichtingNoterenGrondigIn dewarsturenNiettoegestaanOntcijferenKenmerkenWaar-nemenOmcirkelenVergelijkenSimpelZorgvuldigOpwelkewijzeDoornemenUitgebreidMotiverenBe-redenerenNagaanVerklarenIs eenvereisteControlerenVergelijkenAangevenVerzinnenGe-detailleerdAan-kondigingOn-derscheidWijzigenWeergevenBepalenFraudeOpwelkewijzeVermeldenOm-schrijvenVereistInnemenAangevenAanpassenKernachtigStelVerwerkenStukvoorstukVerzinnenOmslachtigOorzakenAangevenDientDoorhalenNauw-keurigSelecterenDe-monstrerenCon-staterenOorzakenUitvoerigDegrotelijnDeinrichtingNoterenGrondigIn dewarsturenNiettoegestaanOntcijferenKenmerkenWaar-nemenOmcirkelenVergelijkenSimpelZorgvuldig

Schooltaalwoorden - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
  1. Op welke wijze
  2. Doornemen
  3. Uitgebreid
  4. Motiveren
  5. Be-redeneren
  6. Nagaan
  7. Verklaren
  8. Is een vereiste
  9. Controleren
  10. Vergelijken
  11. Aangeven
  12. Verzinnen
  13. Ge-detailleerd
  14. Aan-kondiging
  15. On-derscheid
  16. Wijzigen
  17. Weergeven
  18. Bepalen
  19. Fraude
  20. Op welke wijze
  21. Vermelden
  22. Om- schrijven
  23. Vereist
  24. Innemen
  25. Aangeven
  26. Aanpassen
  27. Kernachtig
  28. Stel
  29. Verwerken
  30. Stuk voor stuk
  31. Verzinnen
  32. Omslachtig
  33. Oorzaken
  34. Aangeven
  35. Dient
  36. Doorhalen
  37. Nauw- keurig
  38. Selecteren
  39. De-monstreren
  40. Con-stateren
  41. Oorzaken
  42. Uitvoerig
  43. De grote lijn
  44. De inrichting
  45. Noteren
  46. Grondig
  47. In de war sturen
  48. Niet toegestaan
  49. Ontcijferen
  50. Kenmerken
  51. Waar- nemen
  52. Omcirkelen
  53. Vergelijken
  54. Simpel
  55. Zorgvuldig