Wie ziter op deSonos?Aliesdraait8-tjesJan begintaan deApfelkornThieuroept'Arnhem tillI die'Mamawaar ismijnhanddoek?Krikverliestmet RiskVan wieis dezeoplader?Losertoe!KaniemandKoen nogverstaan?Paulineheeft haarpyjamaaanJeroenisnakendAnneliekroeptpiewpiewAnneliesgaat opbedIs desaunaal aan?Marjolijngeeft eentik tegende lampenWat isde WIFIcode?Als je deboer maarhebt!Mogen wezwemmen?Optredenvan dekidsHetbier isop!Steftrommeltop de barLLLLLauraMijkemaakt eenkaasplankWie gaater mee(te)lopen?Wie ziter op deSonos?Aliesdraait8-tjesJan begintaan deApfelkornThieuroept'Arnhem tillI die'Mamawaar ismijnhanddoek?Krikverliestmet RiskVan wieis dezeoplader?Losertoe!KaniemandKoen nogverstaan?Paulineheeft haarpyjamaaanJeroenisnakendAnneliekroeptpiewpiewAnneliesgaat opbedIs desaunaal aan?Marjolijngeeft eentik tegende lampenWat isde WIFIcode?Als je deboer maarhebt!Mogen wezwemmen?Optredenvan dekidsHetbier isop!Steftrommeltop de barLLLLLauraMijkemaakt eenkaasplankWie gaater mee(te)lopen?

Josephine bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. Wie zit er op de Sonos?
  2. Alies draait 8-tjes
  3. Jan begint aan de Apfelkorn
  4. Thieu roept 'Arnhem till I die'
  5. Mama waar is mijn handdoek?
  6. Krik verliest met Risk
  7. Van wie is deze oplader?
  8. Losertoe!
  9. Kan iemand Koen nog verstaan?
  10. Pauline heeft haar pyjama aan
  11. Jeroen is nakend
  12. Anneliek roept piewpiew
  13. Annelies gaat op bed
  14. Is de sauna al aan?
  15. Marjolijn geeft een tik tegen de lampen
  16. Wat is de WIFI code?
  17. Als je de boer maar hebt!
  18. Mogen we zwemmen?
  19. Optreden van de kids
  20. Het bier is op!
  21. Stef trommelt op de bar
  22. LLLLLaura
  23. Mijke maakt een kaasplank
  24. Wie gaat er mee (te) lopen?