tijdensnuvoorstellenik benom vieruur klaarik zingen ikdansEngelseenjaartijdens,gedurendeonmogelijkvragenjudo ismijngrootstehobbyvergeetnietbeoefenenikkanblijvenvergetenzaterdagom halfachtjijkomtziekin welkeklas zitjij?dinsdagzondagzingenafgesprokenvoorbereidenhethuiswerkkijkennaarmaandagbewegendetijdFransdeweekalsvragenkijkennaarjijleestdemusicaljij doetaanjudodependansenopbellendeleerlingdol zijnopwaaromhetskateboarddinsdaghetantwoordmaandagwiskundewijzijndeavondmogelijkhethuiswerkdus,danik hebeen rolveelwerkeneenoverhoringik hebbasketbaltrainingwonenjijwilteenvriendhetlevenga jegangik bendol opzingenmisschienik bendol opmuziekjammerhetroosterjijmaakt,jij doetdegroepjij wacht,jijverwachtdepauzeserieuswoensdaghetschriftzondaggoeddeweektenniseenuurvoor(vantijd)klaarzijn,eindigenik speeldrummoeilijkbijvoorbeeldwiskundeik benslecht inengelsvrijdag12 uur ’smiddagshoelaattegekdeleswelk(e)hoelaat ishet?detijduitleggendat is mijnlievelingsvakzaterdaghetberichtsluitenhetvakeentrainingwoensdagetenvrijgevenblijvenzitten,doublerenzaterdaghet is11 uureenadresEngelshetvoetbalik hebgitaarleswaardeloos,slechtdesmsoefenen,beoefenendonderdagsindslieverhebben,prefererenziekvolgend(e)geschiedenisik kannietdansenik zit indevierdedecomputermaken,doenspelendehobbydegeschiedenishetconcertdonderdagje danstsupergoeddedagzwartwerkendegitaarjij hebtdehoofdroleenoefeningtijdensnuvoorstellenik benom vieruur klaarik zingen ikdansEngelseenjaartijdens,gedurendeonmogelijkvragenjudo ismijngrootstehobbyvergeetnietbeoefenenikkanblijvenvergetenzaterdagom halfachtjijkomtziekin welkeklas zitjij?dinsdagzondagzingenafgesprokenvoorbereidenhethuiswerkkijkennaarmaandagbewegendetijdFransdeweekalsvragenkijkennaarjijleestdemusicaljij doetaanjudodependansenopbellendeleerlingdol zijnopwaaromhetskateboarddinsdaghetantwoordmaandagwiskundewijzijndeavondmogelijkhethuiswerkdus,danik hebeen rolveelwerkeneenoverhoringik hebbasketbaltrainingwonenjijwilteenvriendhetlevenga jegangik bendol opzingenmisschienik bendol opmuziekjammerhetroosterjijmaakt,jij doetdegroepjij wacht,jijverwachtdepauzeserieuswoensdaghetschriftzondaggoeddeweektenniseenuurvoor(vantijd)klaarzijn,eindigenik speeldrummoeilijkbijvoorbeeldwiskundeik benslecht inengelsvrijdag12 uur ’smiddagshoelaattegekdeleswelk(e)hoelaat ishet?detijduitleggendat is mijnlievelingsvakzaterdaghetberichtsluitenhetvakeentrainingwoensdagetenvrijgevenblijvenzitten,doublerenzaterdaghet is11 uureenadresEngelshetvoetbalik hebgitaarleswaardeloos,slechtdesmsoefenen,beoefenendonderdagsindslieverhebben,prefererenziekvolgend(e)geschiedenisik kannietdansenik zit indevierdedecomputermaken,doenspelendehobbydegeschiedenishetconcertdonderdagje danstsupergoeddedagzwartwerkendegitaarjij hebtdehoofdroleenoefening

G1 U3 Woordkaartjes N-F - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
  1. tijdens
  2. nu
  3. voorstellen
  4. ik ben om vier uur klaar
  5. ik zing en ik dans
  6. Engels
  7. een jaar
  8. tijdens, gedurende
  9. onmogelijk
  10. vragen
  11. judo is mijn grootste hobby
  12. vergeet niet
  13. beoefenen
  14. ik kan
  15. blijven
  16. vergeten
  17. zaterdag om half acht
  18. jij komt
  19. ziek
  20. in welke klas zit jij?
  21. dinsdag
  22. zondag
  23. zingen
  24. afgesproken
  25. voorbereiden
  26. het huiswerk
  27. kijken naar
  28. maandag
  29. bewegen
  30. de tijd
  31. Frans
  32. de week
  33. als
  34. vragen
  35. kijken naar
  36. jij leest
  37. de musical
  38. jij doet aan judo
  39. de pen
  40. dansen
  41. opbellen
  42. de leerling
  43. dol zijn op
  44. waarom
  45. het skateboard
  46. dinsdag
  47. het antwoord
  48. maandag
  49. wiskunde
  50. wij zijn
  51. de avond
  52. mogelijk
  53. het huiswerk
  54. dus, dan
  55. ik heb een rol
  56. veel
  57. werken
  58. een overhoring
  59. ik heb basketbaltraining
  60. wonen
  61. jij wilt
  62. een vriend
  63. het leven
  64. ga je gang
  65. ik ben dol op zingen
  66. misschien
  67. ik ben dol op muziek
  68. jammer
  69. het rooster
  70. jij maakt, jij doet
  71. de groep
  72. jij wacht, jij verwacht
  73. de pauze
  74. serieus
  75. woensdag
  76. het schrift
  77. zondag
  78. goed
  79. de week
  80. tennis
  81. een uur
  82. voor (van tijd)
  83. klaar zijn, eindigen
  84. ik speel drum
  85. moeilijk
  86. bijvoorbeeld
  87. wiskunde
  88. ik ben slecht in engels
  89. vrijdag
  90. 12 uur ’s middags
  91. hoe laat
  92. te gek
  93. de les
  94. welk(e)
  95. hoe laat is het?
  96. de tijd
  97. uitleggen
  98. dat is mijn lievelingsvak
  99. zaterdag
  100. het bericht
  101. sluiten
  102. het vak
  103. een training
  104. woensdag
  105. eten
  106. vrij
  107. geven
  108. blijven zitten, doubleren
  109. zaterdag
  110. het is 11 uur
  111. een adres
  112. Engels
  113. het voetbal
  114. ik heb gitaarles
  115. waardeloos, slecht
  116. de sms
  117. oefenen, beoefenen
  118. donderdag
  119. sinds
  120. liever hebben, prefereren
  121. ziek
  122. volgend(e)
  123. geschiedenis
  124. ik kan niet dansen
  125. ik zit in de vierde
  126. de computer
  127. maken, doen
  128. spelen
  129. de hobby
  130. de geschiedenis
  131. het concert
  132. donderdag
  133. je danst supergoed
  134. de dag
  135. zwart
  136. werken
  137. de gitaar
  138. jij hebt de hoofdrol
  139. een oefening