breukenwildegevenheeftgekochtzijnheelmoeilijkvoordezeklaszoudenaanmijvoorJoanzoudenwillenmakeneen langestrandwandelingzal willenverkopenismedewerkstervan de maandgeworden.heefthijwarenlegionairsJannekezaldrinkenmijnzusoomThieskanhaarkonijnenditbedragis eenzorgzamevrouwwildedejongensbleekwarenhondstrouwaanCaesarSheilaeen glaslimonadedieslordigemanaan dekinderenaan jemoederbleek deeigenaarvan dewinkel te zijnmijntantedetuinsetkanovermakenismijnmoederbreukenwildegevenheeftgekochtzijnheelmoeilijkvoordezeklaszoudenaanmijvoorJoanzoudenwillenmakeneen langestrandwandelingzal willenverkopenismedewerkstervan de maandgeworden.heefthijwarenlegionairsJannekezaldrinkenmijnzusoomThieskanhaarkonijnenditbedragis eenzorgzamevrouwwildedejongensbleekwarenhondstrouwaanCaesarSheilaeen glaslimonadedieslordigemanaan dekinderenaan jemoederbleek deeigenaarvan dewinkel te zijnmijntantedetuinsetkanovermakenismijnmoeder

Zinsdelen en woordsoorten - grammatica - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
  1. breuken
  2. wilde geven
  3. heeft gekocht
  4. zijn heel moeilijk
  5. voor deze klas
  6. zouden
  7. aan mij
  8. voor Joan
  9. zouden willen maken
  10. een lange strand wandeling
  11. zal willen verkopen
  12. is medewerkster van de maand geworden.
  13. heeft
  14. hij
  15. waren
  16. legionairs
  17. Janneke
  18. zal drinken
  19. mijn zus
  20. oom Thies
  21. kan
  22. haar konijnen
  23. dit bedrag
  24. is een zorgzame vrouw
  25. wilde
  26. de jongens
  27. bleek
  28. waren hondstrouw
  29. aan Caesar
  30. Sheila
  31. een glas limonade
  32. die slordige man
  33. aan de kinderen
  34. aan je moeder
  35. bleek de eigenaar van de winkel te zijn
  36. mijn tante
  37. de tuinset
  38. kan overmaken
  39. is
  40. mijn moeder