Als een bonte hond bekend staan. Iets aan je laars lappen. Hij is van alle markten thuis. Koeien met gouden hoorns beloven. Niet over 1 nacht ijs. Flink de mantel uitvegen. Mijn opa voelt zich zo gezond als een vis. Hij neemt geen blad voor de mond. Hap toch niet zo snel! Daar kraait geen haan naar. De hond in de pot vinden. Wie de schoen past, trekke hem aan. Over koetjes en kalfjes praten. Dat brak het ijs een beetje. Lange vingers hebben. Hij voelt zich daar als een vis op het droge. Hij is een boekenwurm. Met de kippen op stok gaan. Onder moeders vleugels blijven. Zonder kleerscheuren vanaf komen. De appel valt niet ver van de boom. Je ei niet kwijt kunnen. Blaffende honden bijten niet. Zorgen dat er brood op de plank komt. Als een bonte hond bekend staan. Iets aan je laars lappen. Hij is van alle markten thuis. Koeien met gouden hoorns beloven. Niet over 1 nacht ijs. Flink de mantel uitvegen. Mijn opa voelt zich zo gezond als een vis. Hij neemt geen blad voor de mond. Hap toch niet zo snel! Daar kraait geen haan naar. De hond in de pot vinden. Wie de schoen past, trekke hem aan. Over koetjes en kalfjes praten. Dat brak het ijs een beetje. Lange vingers hebben. Hij voelt zich daar als een vis op het droge. Hij is een boekenwurm. Met de kippen op stok gaan. Onder moeders vleugels blijven. Zonder kleerscheuren vanaf komen. De appel valt niet ver van de boom. Je ei niet kwijt kunnen. Blaffende honden bijten niet. Zorgen dat er brood op de plank komt.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
Als een bonte hond bekend staan.
Iets aan je laars lappen.
Hij is van alle markten thuis.
Koeien met gouden hoorns beloven.
Niet over 1 nacht ijs.
Flink de mantel uitvegen.
Mijn opa voelt zich zo gezond als een vis.
Hij neemt geen blad voor de mond.
Hap toch niet zo snel!
Daar kraait geen haan naar.
De hond in de pot vinden.
Wie de schoen past, trekke hem aan.
Over koetjes en kalfjes praten.
Dat brak het ijs een beetje.
Lange vingers hebben.
Hij voelt zich daar als een vis op het droge.
Hij is een boekenwurm.
Met de kippen op stok gaan.
Onder moeders vleugels blijven.
Zonder kleerscheuren vanaf komen.
De appel valt niet ver van de boom.
Je ei niet kwijt kunnen.
Blaffende honden bijten niet.
Zorgen dat er brood op de plank komt.