Lisemoetniezen.Bootligtstrijk.Charlotteeettomaat.Mathieuknuffeltiedereen.Hannemaakt eenselfie.Jannevertelt eengrapje.Leenis zat.Pj helptmetafdrogen.Iemanddrinkt eenadje.Elenipraat overhaarstudie.Paard zegt datze eenborstvergrotingoverweegt.Pj gaat indiscussie.Alexandersmeert eenboterhamvoor iemand.Elise praatover etenweggooien.Iemanddoet eendansje.Emmamoetgeeuwen.ToonpraatA.N.Iemandzingt heelluid met eenkinderliedje.Femke ishaar gsmverloren.Stienpraat overhaar lief.Hannevalt vanhaar stoel.Ankergebruiktgebarentaal.Stienis zat.Sander doeteenhandenstand.Lisemoetniezen.Bootligtstrijk.Charlotteeettomaat.Mathieuknuffeltiedereen.Hannemaakt eenselfie.Jannevertelt eengrapje.Leenis zat.Pj helptmetafdrogen.Iemanddrinkt eenadje.Elenipraat overhaarstudie.Paard zegt datze eenborstvergrotingoverweegt.Pj gaat indiscussie.Alexandersmeert eenboterhamvoor iemand.Elise praatover etenweggooien.Iemanddoet eendansje.Emmamoetgeeuwen.ToonpraatA.N.Iemandzingt heelluid met eenkinderliedje.Femke ishaar gsmverloren.Stienpraat overhaar lief.Hannevalt vanhaar stoel.Ankergebruiktgebarentaal.Stienis zat.Sander doeteenhandenstand.

LAURA - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. Lise moet niezen.
  2. Boot ligt strijk.
  3. Charlotte eet tomaat.
  4. Mathieu knuffelt iedereen.
  5. Hanne maakt een selfie.
  6. Janne vertelt een grapje.
  7. Leen is zat.
  8. Pj helpt met afdrogen.
  9. Iemand drinkt een adje.
  10. Eleni praat over haar studie.
  11. Paard zegt dat ze een borstvergroting overweegt.
  12. Pj gaat in discussie.
  13. Alexander smeert een boterham voor iemand.
  14. Elise praat over eten weggooien.
  15. Iemand doet een dansje.
  16. Emma moet geeuwen.
  17. Toon praat A.N.
  18. Iemand zingt heel luid met een kinderliedje.
  19. Femke is haar gsm verloren.
  20. Stien praat over haar lief.
  21. Hanne valt van haar stoel.
  22. Anker gebruikt gebarentaal.
  23. Stien is zat.
  24. Sander doet een handenstand.