6. Ruim de propjes van de vloer 3. Geef de juf of meester een hand 10. Vraag: “Hoe gaat het?” 5. Zet de stoelen en tafels netjes 4. Help iemand 2. Praat Nederlands met een klasgenoot 9. Zeg dat je iets niet begrijpt 7. Zeg iets liefs tegen een klasgenoot 12. Praat Nederlands met de juf of meester 14. Praat Nederlands met een meisje 11. Steek je vinger op 8. Zeg dankjewel tegen de juf of meester 13. Praat Nederlands met een jongen 1. Zeg goedemorgen tegen de juf of de meester 6. Ruim de propjes van de vloer 3. Geef de juf of meester een hand 10. Vraag: “Hoe gaat het?” 5. Zet de stoelen en tafels netjes 4. Help iemand 2. Praat Nederlands met een klasgenoot 9. Zeg dat je iets niet begrijpt 7. Zeg iets liefs tegen een klasgenoot 12. Praat Nederlands met de juf of meester 14. Praat Nederlands met een meisje 11. Steek je vinger op 8. Zeg dankjewel tegen de juf of meester 13. Praat Nederlands met een jongen 1. Zeg goedemorgen tegen de juf of de meester
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
6. Ruim de propjes van de vloer
3. Geef de juf of meester een hand
10. Vraag: “Hoe gaat het?”
5. Zet de stoelen en tafels netjes
4. Help iemand
2. Praat Nederlands met een klasgenoot
9. Zeg dat je iets niet begrijpt
7. Zeg iets liefs tegen een klasgenoot
12. Praat Nederlands met de juf of meester
14. Praat Nederlands met een meisje
11. Steek je vinger op
8. Zeg dankjewel tegen de juf of meester
13. Praat Nederlands met een jongen
1. Zeg goedemorgen tegen de juf of de meester