13. Praat Nederlands met een jongen 9. Zeg dat je iets niet begrijpt 1. Zeg goedemorgen tegen de juf of de meester 14. Praat Nederlands met een meisje 5. Zet de stoelen en tafels netjes 3. Geef de juf of meester een hand 7. Zeg iets liefs tegen een klasgenoot 6. Ruim de propjes van de vloer 10. Vraag: “Hoe gaat het?” 2. Praat Nederlands met een klasgenoot 4. Help iemand 8. Zeg dankjewel tegen de juf of meester 12. Praat Nederlands met de juf of meester 11. Steek je vinger op 13. Praat Nederlands met een jongen 9. Zeg dat je iets niet begrijpt 1. Zeg goedemorgen tegen de juf of de meester 14. Praat Nederlands met een meisje 5. Zet de stoelen en tafels netjes 3. Geef de juf of meester een hand 7. Zeg iets liefs tegen een klasgenoot 6. Ruim de propjes van de vloer 10. Vraag: “Hoe gaat het?” 2. Praat Nederlands met een klasgenoot 4. Help iemand 8. Zeg dankjewel tegen de juf of meester 12. Praat Nederlands met de juf of meester 11. Steek je vinger op
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
13. Praat Nederlands met een jongen
9. Zeg dat je iets niet begrijpt
1. Zeg goedemorgen tegen de juf of de meester
14. Praat Nederlands met een meisje
5. Zet de stoelen en tafels netjes
3. Geef de juf of meester een hand
7. Zeg iets liefs tegen een klasgenoot
6. Ruim de propjes van de vloer
10. Vraag: “Hoe gaat het?”
2. Praat Nederlands met een klasgenoot
4. Help iemand
8. Zeg dankjewel tegen de juf of meester
12. Praat Nederlands met de juf of meester
11. Steek je vinger op