Zo fijndat julliedit doen Ik ken weliemand dieveel mensenkentHet iswelkortdag Ik zie jepratenmaar ikhoor niksBINGOEr is geensolidariteitin desector Het moetin demedia Wie kenteenBNer? Wiepakt ditop? Ditgebeurttoch al?Niemanddoet iets Zo is hetaltijd algeweest Wat doen debrancheorganisaties?Wat doen debrancheorganisaties? BINGOIk hebhier geentijd voor NAPK isermeebezig BINGOIk moetwel optijd weg Wemoeteneen actiebedenken Wemoetengeldinzamelen Je beeldhangtvastBINGOEr moet ietsgebeuren,maar ik weetniet watZo fijndat julliedit doen Ik ken weliemand dieveel mensenkentHet iswelkortdag Ik zie jepratenmaar ikhoor niksBINGOEr is geensolidariteitin desector Het moetin demedia Wie kenteenBNer? Wiepakt ditop? Ditgebeurttoch al?Niemanddoet iets Zo is hetaltijd algeweest Wat doen debrancheorganisaties?Wat doen debrancheorganisaties? BINGOIk hebhier geentijd voor NAPK isermeebezig BINGOIk moetwel optijd weg Wemoeteneen actiebedenken Wemoetengeldinzamelen Je beeldhangtvastBINGOEr moet ietsgebeuren,maar ik weetniet wat

ZOOM BINGO - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
G
2
B
3
I
4
O
5
O
6
I
7
B
8
G
9
N
10
N
11
O
12
O
13
B
14
I
15
G
16
N
17
O
18
I
19
B
20
N
21
G
22
G
23
B
24
I
  1. G-Zo fijn dat jullie dit doen
  2. B-Ik ken wel iemand die veel mensen kent
  3. I-Het is wel kortdag
  4. O-Ik zie je praten maar ik hoor niks
  5. O-BINGO
  6. I-Er is geen solidariteit in de sector
  7. B-Het moet in de media
  8. G-Wie kent een BNer?
  9. N-Wie pakt dit op?
  10. N-Dit gebeurt toch al?
  11. O-Niemand doet iets
  12. O-Zo is het altijd al geweest
  13. B-Wat doen de branche organisaties?
  14. I-Wat doen de branche organisaties?
  15. G-BINGO
  16. N-Ik heb hier geen tijd voor
  17. O-NAPK is ermee bezig
  18. I-BINGO
  19. B-Ik moet wel op tijd weg
  20. N-We moeten een actie bedenken
  21. G-We moeten geld inzamelen
  22. G-Je beeld hangt vast
  23. B-BINGO
  24. I-Er moet iets gebeuren, maar ik weet niet wat