Ik heb mijn mondmasker zelf gemaakt (met wat hulp). Ik ben enig kind. Ik kom met de fiets naar school. Ik heb een hond als huisdier. Ik ken nog niemand uit deze groep. Ik zit in de Chiro. Ik speel piano. Ik heb ooit eens iets gebroken (been, arm...). Ik speel viool. Ik zit in de KSA. Ik kan iets uniek (+ voortonen indien mogelijk). Ik zit in de Scouts. Ik ben zelfzeker. Ik speel voetbal. Ik ben deze maand jarig. Ik heb nog een broer / zus hier op school. Ik lees graag boeken. Ik heb een allergie (+ welke). Ik speel gitaar. Ik heb een kat als huisdier. Ik studeer liefst talen. Ik doe een watersport. Ik heb ooit iets gewonnen (+ wat). Ik ben linkshandig. Ik doe graag wiskunde. Ik heb mijn mondmasker zelf gemaakt (met wat hulp). Ik ben enig kind. Ik kom met de fiets naar school. Ik heb een hond als huisdier. Ik ken nog niemand uit deze groep. Ik zit in de Chiro. Ik speel piano. Ik heb ooit eens iets gebroken (been, arm...). Ik speel viool. Ik zit in de KSA. Ik kan iets uniek (+ voortonen indien mogelijk). Ik zit in de Scouts. Ik ben zelfzeker. Ik speel voetbal. Ik ben deze maand jarig. Ik heb nog een broer / zus hier op school. Ik lees graag boeken. Ik heb een allergie (+ welke). Ik speel gitaar. Ik heb een kat als huisdier. Ik studeer liefst talen. Ik doe een watersport. Ik heb ooit iets gewonnen (+ wat). Ik ben linkshandig. Ik doe graag wiskunde.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
Ik heb mijn mondmasker zelf gemaakt (met wat hulp).
Ik ben enig kind.
Ik kom met de fiets naar school.
Ik heb een hond als huisdier.
Ik ken nog niemand uit deze groep.
Ik zit in de Chiro.
Ik speel piano.
Ik heb ooit eens iets gebroken (been, arm...).
Ik speel viool.
Ik zit in de KSA.
Ik kan iets uniek (+ voortonen indien mogelijk).
Ik zit in de Scouts.
Ik ben zelfzeker.
Ik speel voetbal.
Ik ben deze maand jarig.
Ik heb nog een broer / zus hier op school.
Ik lees graag boeken.
Ik heb een allergie (+ welke).
Ik speel gitaar.
Ik heb een kat als huisdier.
Ik studeer liefst talen.
Ik doe een watersport.
Ik heb ooit iets gewonnen (+ wat).
Ik ben linkshandig.
Ik doe graag wiskunde.