*Tweemensenpraten doorelkaar**Praat terwijlhij of zij nogop mutestaat**Onderkin*(webcamvan onder)"Ik hoop datwe elkaar snelweer in hetecht kunnenzien, hoor...""Volgens mijheeft ... nietzo'n goedeverbinding"*Deurbel /telefoon gaatop deachtergrond*"Je vielevenweg..."*Iemand zitte dicht bijde webcam /is niet inbeeld*"Ik moet echtdoor naarmijnvolgendeafspraak""Sorry,zeg jij hetmaar"*Iemand zetzijn of haarwebcam uit*"Hallo?Hallo?""Ik kan jeniet horen /kun je datnog een keerzeggen?""Kaniedereenmijhoren?""Is ...er ookbij?"*Hetbeeld vaniemand isbevroren**Tweemensenpraten doorelkaar**Praat terwijlhij of zij nogop mutestaat**Onderkin*(webcamvan onder)"Ik hoop datwe elkaar snelweer in hetecht kunnenzien, hoor...""Volgens mijheeft ... nietzo'n goedeverbinding"*Deurbel /telefoon gaatop deachtergrond*"Je vielevenweg..."*Iemand zitte dicht bijde webcam /is niet inbeeld*"Ik moet echtdoor naarmijnvolgendeafspraak""Sorry,zeg jij hetmaar"*Iemand zetzijn of haarwebcam uit*"Hallo?Hallo?""Ik kan jeniet horen /kun je datnog een keerzeggen?""Kaniedereenmijhoren?""Is ...er ookbij?"*Hetbeeld vaniemand isbevroren*

Corona-zoom bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
  1. *Twee mensen praten door elkaar*
  2. *Praat terwijl hij of zij nog op mute staat*
  3. *Onderkin* (webcam van onder)
  4. "Ik hoop dat we elkaar snel weer in het echt kunnen zien, hoor..."
  5. "Volgens mij heeft ... niet zo'n goede verbinding"
  6. *Deurbel / telefoon gaat op de achtergrond*
  7. "Je viel even weg..."
  8. *Iemand zit te dicht bij de webcam / is niet in beeld*
  9. "Ik moet echt door naar mijn volgende afspraak"
  10. "Sorry, zeg jij het maar"
  11. *Iemand zet zijn of haar webcam uit*
  12. "Hallo? Hallo?"
  13. "Ik kan je niet horen / kun je dat nog een keer zeggen?"
  14. "Kan iedereen mij horen?"
  15. "Is ... er ook bij?"
  16. *Het beeld van iemand is bevroren*