bedanktje bentlieftrotsop jouje bentdebestebedanktvoor degezelligheidnummer1goed jebestgedaandie lachstaat jougoedwaarderingvoor elkaarwat eenlekkergeurtjeheb je opwat kunje datgoed!goedgedaan!ik geloofdat je hetkanjestraaltcomplimentvoor joujij bentgrappigwat leukom je hierte zienwij zijn1familiejij bentbelangrijkjij bentmijnvriendje bentmooije zorgtvoor eengoedesfeerwatben jelenig!wat eenmooieklerendraag jewat eenmooieogen hebjewat zitje haarmooi1maartwat kanje goedkokenmag ikdat vanjou leren?bedanktje bentlieftrotsop jouje bentdebestebedanktvoor degezelligheidnummer1goed jebestgedaandie lachstaat jougoedwaarderingvoor elkaarwat eenlekkergeurtjeheb je opwat kunje datgoed!goedgedaan!ik geloofdat je hetkanjestraaltcomplimentvoor joujij bentgrappigwat leukom je hierte zienwij zijn1familiejij bentbelangrijkjij bentmijnvriendje bentmooije zorgtvoor eengoedesfeerwatben jelenig!wat eenmooieklerendraag jewat eenmooieogen hebjewat zitje haarmooi1maartwat kanje goedkokenmag ikdat vanjou leren?

complimentjes bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
  1. bedankt
  2. je bent lief
  3. trots op jou
  4. je bent de beste
  5. bedankt voor de gezelligheid
  6. nummer 1
  7. goed je best gedaan
  8. die lach staat jou goed
  9. waardering voor elkaar
  10. wat een lekker geurtje heb je op
  11. wat kun je dat goed!
  12. goed gedaan!
  13. ik geloof dat je het kan
  14. je straalt
  15. compliment voor jou
  16. jij bent grappig
  17. wat leuk om je hier te zien
  18. wij zijn 1 familie
  19. jij bent belangrijk
  20. jij bent mijn vriend
  21. je bent mooi
  22. je zorgt voor een goede sfeer
  23. wat ben je lenig!
  24. wat een mooie kleren draag je
  25. wat een mooie ogen heb je
  26. wat zit je haar mooi
  27. 1 maart
  28. wat kan je goed koken
  29. mag ik dat van jou leren?