langeAanhebbenDekledingJammerKortDeklerenDeringHethorlogemeenemenDeknoopDehandschoenenPassenKapotalstublieftAllebeiDemedewerkerDekettingHetwerkmogenHetvestDehoofddoekDetruiHethemdHetoverhemdDebroekDebloesDesokWerkenVrijDezelfdeEenmomentHetfeestRuilenEvenDebrilEenogenblikDelaarzenSturenTrouwenalstublieftFree!HetpakDesjaalDerokDeonderbroekDesieradenHeelWelDejasDehoedHet T-shirtDeoorbellenNetteDearmbandHetgatDepaskamerDemutsDejurkDragenDemaatlangeAanhebbenDekledingJammerKortDeklerenDeringHethorlogemeenemenDeknoopDehandschoenenPassenKapotalstublieftAllebeiDemedewerkerDekettingHetwerkmogenHetvestDehoofddoekDetruiHethemdHetoverhemdDebroekDebloesDesokWerkenVrijDezelfdeEenmomentHetfeestRuilenEvenDebrilEenogenblikDelaarzenSturenTrouwenalstublieftFree!HetpakDesjaalDerokDeonderbroekDesieradenHeelWelDejasDehoedHet T-shirtDeoorbellenNetteDearmbandHetgatDepaskamerDemutsDejurkDragenDemaat

Untitled Bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
  1. lange
  2. Aanhebben
  3. De kleding
  4. Jammer
  5. Kort
  6. De kleren
  7. De ring
  8. Het horloge
  9. meenemen
  10. De knoop
  11. De handschoenen
  12. Passen
  13. Kapot
  14. alstublieft
  15. Allebei
  16. De medewerker
  17. De ketting
  18. Het werk
  19. mogen
  20. Het vest
  21. De hoofddoek
  22. De trui
  23. Het hemd
  24. Het overhemd
  25. De broek
  26. De bloes
  27. De sok
  28. Werken
  29. Vrij
  30. Dezelfde
  31. Een moment
  32. Het feest
  33. Ruilen
  34. Even
  35. De bril
  36. Een ogenblik
  37. De laarzen
  38. Sturen
  39. Trouwen
  40. alstublieft
  41. Free!
  42. Het pak
  43. De sjaal
  44. De rok
  45. De onderbroek
  46. De sieraden
  47. Heel
  48. Wel
  49. De jas
  50. De hoed
  51. Het T-shirt
  52. De oorbellen
  53. Nette
  54. De armband
  55. Het gat
  56. De paskamer
  57. De muts
  58. De jurk
  59. Dragen
  60. De maat