De industriëlerevolutie die in dewesterse wereldde basis legdevoor eenindustriëlesamenleving.Voortbestaan van hetancien régime metpogingen om hetvorstelijk bestuur opeigentijdse verlichtewijze vorm te geven(verlicht absolutisme)Het conflict in deNederlanden datresulteerde in destichting van eenNederlandse staatOpkomst van depolitiek-maatschappelijkestromingen:nationalisme,liberalisme, socialisme,confessionalisme,feminisme.Uitbouw van de Europeseoverheersing, met name inde vorm vanplantagekoloniën en dedaarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel,en de opkomst van hetabolitionismeVoortschrijdendedemocratisering,met deelname vansteeds meermannen envrouwen aan hetpolitiek proces.De modernevorm vanimperialismedie verbandhield met deindustrialisatieDiscussiesover desocialekwestieDe protestantsereformatie diesplitsing van dechristelijke kerkin West-Europatot gevolg hadDe democratischerevoluties in westerselanden met alsgevolg discussiesover grondwetten,grondrechten enstaatsburgerschapHet strevenvan vorstennaarabsolutemachtDe bijzondere plaatsin staatkundig opzichten de bloei ineconomisch encultureel opzicht vande NederlandseRepubliekHet beginvanEuropeseoverzeeseexpansieWereldwijdehandelscontacten,handelskapitalismeen het begin vaneenwereldeconomieDewetenschappelijkerevolutieHet veranderendemens- enwereldbeeld van deRenaissance en hetbegin van eennieuwewetenschappelijkebelangstellingRationeel optimismeen ‘’verlicht denken’’dat werd toegepastop alle terreinen vande samenleving:godsdienst, politiek,economie en socialeverhoudingenDe opkomst vanemancipatiebewegingenDe hernieuwdeoriëntatie op heterfgoed van deklassiekeoudheidDe industriëlerevolutie die in dewesterse wereldde basis legdevoor eenindustriëlesamenleving.Voortbestaan van hetancien régime metpogingen om hetvorstelijk bestuur opeigentijdse verlichtewijze vorm te geven(verlicht absolutisme)Het conflict in deNederlanden datresulteerde in destichting van eenNederlandse staatOpkomst van depolitiek-maatschappelijkestromingen:nationalisme,liberalisme, socialisme,confessionalisme,feminisme.Uitbouw van de Europeseoverheersing, met name inde vorm vanplantagekoloniën en dedaarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel,en de opkomst van hetabolitionismeVoortschrijdendedemocratisering,met deelname vansteeds meermannen envrouwen aan hetpolitiek proces.De modernevorm vanimperialismedie verbandhield met deindustrialisatieDiscussiesover desocialekwestieDe protestantsereformatie diesplitsing van dechristelijke kerkin West-Europatot gevolg hadDe democratischerevoluties in westerselanden met alsgevolg discussiesover grondwetten,grondrechten enstaatsburgerschapHet strevenvan vorstennaarabsolutemachtDe bijzondere plaatsin staatkundig opzichten de bloei ineconomisch encultureel opzicht vande NederlandseRepubliekHet beginvanEuropeseoverzeeseexpansieWereldwijdehandelscontacten,handelskapitalismeen het begin vaneenwereldeconomieDewetenschappelijkerevolutieHet veranderendemens- enwereldbeeld van deRenaissance en hetbegin van eennieuwewetenschappelijkebelangstellingRationeel optimismeen ‘’verlicht denken’’dat werd toegepastop alle terreinen vande samenleving:godsdienst, politiek,economie en socialeverhoudingenDe opkomst vanemancipatiebewegingenDe hernieuwdeoriëntatie op heterfgoed van deklassiekeoudheid

Kenmerkende Aspecten BINGO - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
I
2
I
3
I
4
B
5
N
6
I
7
N
8
B
9
B
10
B
11
N
12
B
13
B
14
I
15
N
16
I
17
B
18
N
19
N
  1. I-De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.
  2. I-Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
  3. I-Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat
  4. B-Opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen: nationalisme, liberalisme, socialisme, confessionalisme, feminisme.
  5. N-Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme
  6. I-Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces.
  7. N-De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
  8. B-Discussies over de sociale kwestie
  9. B-De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had
  10. B-De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
  11. N-Het streven van vorsten naar absolute macht
  12. B-De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek
  13. B-Het begin van Europese overzeese expansie
  14. I-Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
  15. N-De wetenschappelijke revolutie
  16. I-Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling
  17. B-Rationeel optimisme en ‘’verlicht denken’’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
  18. N-De opkomst van emancipatiebewegingen
  19. N-De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid