Je winteen whatare theoddsJe hebteen ganggemistJe hebtgekotstJe hebt 2flessenwijn opJe wisseltnummersuitJe hebteenwatervalingezetAspizegtLeukJe beltiemand dieje niet hadmoetenbellenJe hebtgezoendJe dateheeftnaast jegeslapenJe hebtgeneuktJe weetnog 3feitjes overje dateJe laat jedate jekamerzienJe hebtromantischgedanstJe dateneemteenhenkesJe dateheeftgezoendJe weet hetstopwoordjevan je dateJe maaktietskapotJe hebtergensalcoholvandaangetoverdJe date schrijftin hetvriendenboekjeJe bent uitje klerengegaanJe bentgevallenJe dateheeftgeholpenmet kokenJegebruikt'terremin'Je winteen whatare theoddsJe hebteen ganggemistJe hebtgekotstJe hebt 2flessenwijn opJe wisseltnummersuitJe hebteenwatervalingezetAspizegtLeukJe beltiemand dieje niet hadmoetenbellenJe hebtgezoendJe dateheeftnaast jegeslapenJe hebtgeneuktJe weetnog 3feitjes overje dateJe laat jedate jekamerzienJe hebtromantischgedanstJe dateneemteenhenkesJe dateheeftgezoendJe weet hetstopwoordjevan je dateJe maaktietskapotJe hebtergensalcoholvandaangetoverdJe date schrijftin hetvriendenboekjeJe bent uitje klerengegaanJe bentgevallenJe dateheeftgeholpenmet kokenJegebruikt'terremin'

Chateau Date Diner - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
I
2
G
3
B
4
G
5
O
6
I
7
O
8
N
9
N
10
I
11
I
12
O
13
I
14
G
15
O
16
O
17
B
18
B
19
B
20
G
21
G
22
B
23
N
24
N
  1. I-Je wint een what are the odds
  2. G-Je hebt een gang gemist
  3. B-Je hebt gekotst
  4. G-Je hebt 2 flessen wijn op
  5. O-Je wisselt nummers uit
  6. I-Je hebt een waterval ingezet
  7. O-Aspi zegt Leuk
  8. N-Je belt iemand die je niet had moeten bellen
  9. N-Je hebt gezoend
  10. I-Je date heeft naast je geslapen
  11. I-Je hebt geneukt
  12. O-Je weet nog 3 feitjes over je date
  13. I-Je laat je date je kamer zien
  14. G-Je hebt romantisch gedanst
  15. O-Je date neemt een henkes
  16. O-Je date heeft gezoend
  17. B-Je weet het stopwoordje van je date
  18. B-Je maakt iets kapot
  19. B-Je hebt ergens alcohol vandaan getoverd
  20. G-Je date schrijft in het vriendenboekje
  21. G-Je bent uit je kleren gegaan
  22. B-Je bent gevallen
  23. N-Je date heeft geholpen met koken
  24. N-Je gebruikt 'terremin'