InleidingTegenwoordigetijdVoltooiddeelwoordTekstdoelenDoe-opdrachtenPersoonsvormTitelZwakkewerkwoordenNormaalZoekendlezenGeweldigSynoniemenVerledentijdSlotLeerzaamAmuserenActiverenLijdendvoorwerppicto'sOnderwerpSaaiAanhefOp tijdkomenZakelijkee-mailLeukInformerenAfsluitingLidwoordenAfbeeldingenToets samenvoorbereidenAlineaWerkwoordelijkgezegdeFormulierinvullenBetekenisSterkewerkwoordenOpvallendewoordenNauwkeuriglezenHelewerkwoordSamenwerkingsopdrachtenDicteeBoekendoosEnkelvoudE-mailadresFictieKernStraattaalPersoonlijkee-mailStomMeervoudZelfstandigewoordenVerkennendlezenNon-fictieWerkwoordInleidingTegenwoordigetijdVoltooiddeelwoordTekstdoelenDoe-opdrachtenPersoonsvormTitelZwakkewerkwoordenNormaalZoekendlezenGeweldigSynoniemenVerledentijdSlotLeerzaamAmuserenActiverenLijdendvoorwerppicto'sOnderwerpSaaiAanhefOp tijdkomenZakelijkee-mailLeukInformerenAfsluitingLidwoordenAfbeeldingenToets samenvoorbereidenAlineaWerkwoordelijkgezegdeFormulierinvullenBetekenisSterkewerkwoordenOpvallendewoordenNauwkeuriglezenHelewerkwoordSamenwerkingsopdrachtenDicteeBoekendoosEnkelvoudE-mailadresFictieKernStraattaalPersoonlijkee-mailStomMeervoudZelfstandigewoordenVerkennendlezenNon-fictieWerkwoord

Nederlands leerjaar 1 Basis - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
  1. Inleiding
  2. Tegenwoordige tijd
  3. Voltooid deelwoord
  4. Tekstdoelen
  5. Doe-opdrachten
  6. Persoonsvorm
  7. Titel
  8. Zwakke werkwoorden
  9. Normaal
  10. Zoekend lezen
  11. Geweldig
  12. Synoniemen
  13. Verleden tijd
  14. Slot
  15. Leerzaam
  16. Amuseren
  17. Activeren
  18. Lijdend voorwerp
  19. picto's
  20. Onderwerp
  21. Saai
  22. Aanhef
  23. Op tijd komen
  24. Zakelijke e-mail
  25. Leuk
  26. Informeren
  27. Afsluiting
  28. Lidwoorden
  29. Afbeeldingen
  30. Toets samen voorbereiden
  31. Alinea
  32. Werkwoordelijk gezegde
  33. Formulier invullen
  34. Betekenis
  35. Sterke werkwoorden
  36. Opvallende woorden
  37. Nauwkeurig lezen
  38. Hele werkwoord
  39. Samenwerkingsopdrachten
  40. Dictee
  41. Boekendoos
  42. Enkelvoud
  43. E-mailadres
  44. Fictie
  45. Kern
  46. Straattaal
  47. Persoonlijke e-mail
  48. Stom
  49. Meervoud
  50. Zelfstandige woorden
  51. Verkennend lezen
  52. Non-fictie
  53. Werkwoord