In een bungalow is geweest. Meerdere boeken heeft uitgelezen. Heeft gezwommen in een meer of rivier. In Nederland op vakantie is geweest. Een boek heeft uitgelezen. Een juf of meester is tegengekomen in de vakantie. Klusjes heeft gedaan voor geld. In Frankrijk was. Op een trampoline heeft gesprongen. In een tent of caravan heeft geslapen. Naar een ander land is geweest. Naar de bioscoop is geweest. In een boom heeft geklommen. In een pretpark is geweest. Garnalen heeft gegeten. Met een klasgenoot heeft buitengespeeld. Ziek is geweest in de vakantie. Heeft gezwommen in het zwembad. Aan een schoolvak heeft gewerkt. Een vis heeft aangeraakt. Snoep heeft gekocht. Lekker thuis is gebleven. In een hangmat heeft gelegen. Boodschappen heeft gedaan voor het avondeten. In een bungalow is geweest. Meerdere boeken heeft uitgelezen. Heeft gezwommen in een meer of rivier. In Nederland op vakantie is geweest. Een boek heeft uitgelezen. Een juf of meester is tegengekomen in de vakantie. Klusjes heeft gedaan voor geld. In Frankrijk was. Op een trampoline heeft gesprongen. In een tent of caravan heeft geslapen. Naar een ander land is geweest. Naar de bioscoop is geweest. In een boom heeft geklommen. In een pretpark is geweest. Garnalen heeft gegeten. Met een klasgenoot heeft buitengespeeld. Ziek is geweest in de vakantie. Heeft gezwommen in het zwembad. Aan een schoolvak heeft gewerkt. Een vis heeft aangeraakt. Snoep heeft gekocht. Lekker thuis is gebleven. In een hangmat heeft gelegen. Boodschappen heeft gedaan voor het avondeten.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
In een bungalow is geweest.
Meerdere boeken heeft uitgelezen.
Heeft gezwommen in een meer of rivier.
In Nederland op vakantie is geweest.
Een boek heeft uitgelezen.
Een juf of meester is tegengekomen in de vakantie.
Klusjes heeft gedaan voor geld.
In Frankrijk was.
Op een trampoline heeft gesprongen.
In een tent of caravan heeft geslapen.
Naar een ander land is geweest.
Naar de bioscoop is geweest.
In een boom heeft geklommen.
In een pretpark is geweest.
Garnalen heeft gegeten.
Met een klasgenoot heeft buitengespeeld.
Ziek is geweest in de vakantie.
Heeft gezwommen in het zwembad.
Aan een schoolvak heeft gewerkt.
Een vis heeft aangeraakt.
Snoep heeft gekocht.
Lekker thuis is gebleven.
In een hangmat heeft gelegen.
Boodschappen heeft gedaan voor het avondeten.