Ik ben sportief. Ik speel voetbal. Ik teken graag. Ik woon niet in Hamme centrum. Ik ga naar de jeugd- beweging Ik speel een instrument. Ik heb één of meer zus(sen). Ik heb een hond als huisdier. Ik hou van wiskunde. Ik studeer liefst talen. Ik kom met de fiets naar school. Ik heb een allergie (+ welke). Ik zing graag. Ik hou van gamen. Ik heb een kat als huisdier. Ik kan goed werken met computers. Ik heb geen broers of zussen. Ik ben creatief. Ik lees graag. Ik heb ooit eens iets gewonnen (+wat). Ik ben linkshandig. Ik kan iets unieks. Ik ga graag naar school. Ik heb één of meer broer(s). Ik ben sportief. Ik speel voetbal. Ik teken graag. Ik woon niet in Hamme centrum. Ik ga naar de jeugd- beweging Ik speel een instrument. Ik heb één of meer zus(sen). Ik heb een hond als huisdier. Ik hou van wiskunde. Ik studeer liefst talen. Ik kom met de fiets naar school. Ik heb een allergie (+ welke). Ik zing graag. Ik hou van gamen. Ik heb een kat als huisdier. Ik kan goed werken met computers. Ik heb geen broers of zussen. Ik ben creatief. Ik lees graag. Ik heb ooit eens iets gewonnen (+wat). Ik ben linkshandig. Ik kan iets unieks. Ik ga graag naar school. Ik heb één of meer broer(s).
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
Ik ben sportief.
Ik speel voetbal.
Ik teken graag.
Ik woon niet in Hamme centrum.
Ik ga naar de jeugd-
beweging
Ik speel een instrument.
Ik heb één of meer zus(sen).
Ik heb een hond als huisdier.
Ik hou van wiskunde.
Ik studeer liefst talen.
Ik kom
met de fiets naar school.
Ik heb een allergie (+ welke).
Ik zing graag.
Ik hou van gamen.
Ik heb een kat als huisdier.
Ik kan goed werken met computers.
Ik heb geen
broers of zussen.
Ik ben creatief.
Ik lees graag.
Ik heb ooit eens iets gewonnen (+wat).
Ik ben linkshandig.
Ik kan iets unieks.
Ik ga graag naar school.
Ik heb één of meer broer(s).