Rokenis slechtvoor je.Dat islanggeleden!... heeft ervolgens mijal welgenoeggehad.En hoe ishet op jewerk?Nogvakantieplannen?Alleenjammervan hetweer.Hoe gaathet opschool?Wat eenleuke[kledingstuk]!Heb je aleenvriend(in)?Ze maken ereen rotzooivan, in DenHaagWat benje grootgeworden!Jij bent erzeker eenvan...Drieglazen isprima, zegtde dokter.Is ernogwat ...?Wat ziet ...er slechtuit.Heb je welgenoeggegeten?Wat raardat ... erniet is.Weet jenog,toen ...Je lijktpreciesop...Lekkerweerhe.Zit jenog opschool?Wat enlekkere[eten/drank].. wordtook oud,hè.Dat gingvroegertoch heelanders.Rokenis slechtvoor je.Dat islanggeleden!... heeft ervolgens mijal welgenoeggehad.En hoe ishet op jewerk?Nogvakantieplannen?Alleenjammervan hetweer.Hoe gaathet opschool?Wat eenleuke[kledingstuk]!Heb je aleenvriend(in)?Ze maken ereen rotzooivan, in DenHaagWat benje grootgeworden!Jij bent erzeker eenvan...Drieglazen isprima, zegtde dokter.Is ernogwat ...?Wat ziet ...er slechtuit.Heb je welgenoeggegeten?Wat raardat ... erniet is.Weet jenog,toen ...Je lijktpreciesop...Lekkerweerhe.Zit jenog opschool?Wat enlekkere[eten/drank].. wordtook oud,hè.Dat gingvroegertoch heelanders.

Familiebingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. Roken is slecht voor je.
  2. Dat is lang geleden!
  3. ... heeft er volgens mij al wel genoeg gehad.
  4. En hoe is het op je werk?
  5. Nog vakantieplannen?
  6. Alleen jammer van het weer.
  7. Hoe gaat het op school?
  8. Wat een leuke [kledingstuk]!
  9. Heb je al een vriend(in)?
  10. Ze maken er een rotzooi van, in Den Haag
  11. Wat ben je groot geworden!
  12. Jij bent er zeker een van...
  13. Drie glazen is prima, zegt de dokter.
  14. Is er nog wat ...?
  15. Wat ziet ... er slecht uit.
  16. Heb je wel genoeg gegeten?
  17. Wat raar dat ... er niet is.
  18. Weet je nog, toen ...
  19. Je lijkt precies op...
  20. Lekker weer he.
  21. Zit je nog op school?
  22. Wat en lekkere [eten/drank]
  23. .. wordt ook oud, hè.
  24. Dat ging vroeger toch heel anders.