uitdijenonthullen.iets waarvanmensen vindendat je het nietmag doen,gebruiken oferover praten.gepaardgaanmet.erglachwekkend. ontcijferenhettaboe.eengeheimbekendmaken.een geheimdoorvertellen.Van eengewonetekst eencode maken. erachterkomen hoeeen codewerkt.anoniem.blijkgevenvan.openhartigsteedsgroterworden.uit deschoolklappenversleutelen.bewijzen,iets latenzien.samengaanmet.hetdilemma.verzwijgen.eencodebreken.een tekst incode lezendoor er weereen gewonetekst van temaken.een moeilijkekeuzetussen tweedingenje verteltniet hoeje heet.iets nietzeggen,geheimhouden.hilarisch.dat ben jeals jemakkelijkdingen overjezelf vertelt.uitdijenonthullen.iets waarvanmensen vindendat je het nietmag doen,gebruiken oferover praten.gepaardgaanmet.erglachwekkend. ontcijferenhettaboe.eengeheimbekendmaken.een geheimdoorvertellen.Van eengewonetekst eencode maken. erachterkomen hoeeen codewerkt.anoniem.blijkgevenvan.openhartigsteedsgroterworden.uit deschoolklappenversleutelen.bewijzen,iets latenzien.samengaanmet.hetdilemma.verzwijgen.eencodebreken.een tekst incode lezendoor er weereen gewonetekst van temaken.een moeilijkekeuzetussen tweedingenje verteltniet hoeje heet.iets nietzeggen,geheimhouden.hilarisch.dat ben jeals jemakkelijkdingen overjezelf vertelt.

Taal thema 7 les 1 - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
  1. uitdijen
  2. onthullen.
  3. iets waarvan mensen vinden dat je het niet mag doen, gebruiken of erover praten.
  4. gepaard gaan met.
  5. erg lachwekkend.
  6. ontcijferen
  7. het taboe.
  8. een geheim bekend maken.
  9. een geheim doorvertellen.
  10. Van een gewone tekst een code maken.
  11. erachter komen hoe een code werkt.
  12. anoniem.
  13. blijk geven van.
  14. openhartig
  15. steeds groter worden.
  16. uit de school klappen
  17. versleutelen.
  18. bewijzen, iets laten zien.
  19. samengaan met.
  20. het dilemma.
  21. verzwijgen.
  22. een code breken.
  23. een tekst in code lezen door er weer een gewone tekst van te maken.
  24. een moeilijke keuze tussen twee dingen
  25. je vertelt niet hoe je heet.
  26. iets niet zeggen, geheim houden.
  27. hilarisch.
  28. dat ben je als je makkelijk dingen over jezelf vertelt.