prestatietenzijschrijverdaarom/zodoendehetbenadruktafzwakkengeamuseerdterwijlnietalleen...maarookbijvoorbeeldnoch...nochuitenwantuniversiteitinterpretatiehetbeweertmogelijkhedenbaserenopzodrahet komtneer opbovendienaanpassenondanksmits/opvoorwaardedatvruchtbaarheiduitbreidenfeitelijk/eigenlijkbereikeerderdandaaromafdelingevenalsmet alsgevolgoverheiduitlichtenwoedendduidelijkmakentyperenaanmoedigenalsoftenslottedalingEr waseensintwijfeltrekkengoeddoelprestatietenzijschrijverdaarom/zodoendehetbenadruktafzwakkengeamuseerdterwijlnietalleen...maarookbijvoorbeeldnoch...nochuitenwantuniversiteitinterpretatiehetbeweertmogelijkhedenbaserenopzodrahet komtneer opbovendienaanpassenondanksmits/opvoorwaardedatvruchtbaarheiduitbreidenfeitelijk/eigenlijkbereikeerderdandaaromafdelingevenalsmet alsgevolgoverheiduitlichtenwoedendduidelijkmakentyperenaanmoedigenalsoftenslottedalingEr waseensintwijfeltrekkengoeddoel

HAVO 4 - Exam Vocabulary - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
  1. prestatie
  2. tenzij
  3. schrijver
  4. daarom/zodoende
  5. het benadrukt
  6. afzwakken
  7. geamuseerd
  8. terwijl
  9. niet alleen...maar ook
  10. bijvoorbeeld
  11. noch...noch
  12. uiten
  13. want
  14. universiteit
  15. interpretatie
  16. het beweert
  17. mogelijkheden
  18. baseren op
  19. zodra
  20. het komt neer op
  21. bovendien
  22. aanpassen
  23. ondanks
  24. mits/op voorwaarde dat
  25. vruchtbaarheid
  26. uitbreiden
  27. feitelijk/eigenlijk
  28. bereik
  29. eerder dan
  30. daarom
  31. afdeling
  32. evenals
  33. met als gevolg
  34. overheid
  35. uitlichten
  36. woedend
  37. duidelijk maken
  38. typeren
  39. aanmoedigen
  40. alsof
  41. tenslotte
  42. daling
  43. Er was eens
  44. in twijfel trekken
  45. goed doel