af en toe (dus niet vaak, en ook niet nooit) een boek leest. graag knutselt. websites kan bouwen. de wereld wil verbeteren. verliefd is. een bus(je) kan besturen goed in pokeren is. verslaafd is aan haar/zijn telefoon. oom of tante is. weleens iets via internet verkoopt. 4 of meer talen spreekt. goed met haar/zijn handen kan werken. zelf kleding kan maken. politiek actief is/was. weet hoe je bier kunt brouwen. makkelijk bij een film huilt. bijna altijd te laat komt. voor grote groepen durft te spreken. meer dan drie kinderen heeft. niet van kauwgom houdt. kan lesgeven. van olijven houdt. graag leest in bed. goed in hoofdrekenen is. af en toe (dus niet vaak, en ook niet nooit) een boek leest. graag knutselt. websites kan bouwen. de wereld wil verbeteren. verliefd is. een bus(je) kan besturen goed in pokeren is. verslaafd is aan haar/zijn telefoon. oom of tante is. weleens iets via internet verkoopt. 4 of meer talen spreekt. goed met haar/zijn handen kan werken. zelf kleding kan maken. politiek actief is/was. weet hoe je bier kunt brouwen. makkelijk bij een film huilt. bijna altijd te laat komt. voor grote groepen durft te spreken. meer dan drie kinderen heeft. niet van kauwgom houdt. kan lesgeven. van olijven houdt. graag leest in bed. goed in hoofdrekenen is.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
af en toe (dus niet vaak, en ook niet nooit) een boek leest.
graag knutselt.
websites kan bouwen.
de wereld wil verbeteren.
verliefd is.
een bus(je) kan besturen
goed in pokeren is.
verslaafd is aan haar/zijn telefoon.
oom of tante is.
weleens iets via internet verkoopt.
4 of meer talen spreekt.
goed met haar/zijn handen kan werken.
zelf kleding kan maken.
politiek actief is/was.
weet hoe je bier kunt brouwen.
makkelijk bij een film huilt.
bijna altijd te laat komt.
voor grote groepen durft te spreken.
meer dan drie kinderen heeft.
niet van kauwgom houdt.
kan lesgeven.
van olijven houdt.
graag leest in bed.
goed in hoofdrekenen is.