j'ai une soeur. Ik heb een zus. Quel est ton numéro de téléphone? Wat is je telefoonnummer? cool te gek J'ai un frère. Ik heb een broer. C'est quoi? Wat is dat? Mon numéro de téléphone c'est le ....... Mijn telefoonnummer is ... beaucoup veel Bonjour, ça va? Hallo, hoe gaat het? la semaine de week j'aime ik houd van Ça va bien. Het gaat goed. il reste hij blijft ici hier Oui, j'ai un chien, Hector. Ja, ik heb een hond, Hector. voilà alstublieft (als je iets geeft) mais maar regarde kijk Je m'appelle Noah. Ik heet Noah. la plage het strand aider helpen la cousine de nicht grand(e) groot le prix de prijs le poisson de vis il passe hij brengt door mignon leuk, schattig ensemble samen j'habite ik woon le message het bericht quelque chose iets la mer de zee Je m'appelle Léa et toi? Ik heet Léa en jij? Tu as un chien? Heb jij een hond? presque bijna on va à wij gaan naar la soeur de zus Tu as un frère? Heb jij een broer? donc dus aussi ook bienvenue welkom le copain de vriend demain morgen mon père mijn vader le chien de hond le lapin het konijn aujourd'hui vandaag je suis ik ben le portable het mobieltje le cousin de neef on continue wij gaan door la copine de vriendin pourquoi waarom Tu as une soeur? Heb jij een zus? maintenant nu le pays het land J'ai ... ans Ik ben ... jaar. le chat de kat en vacances op vakantie chouette te gek Au revoir! Tot ziens! salut hoi génial geweldig alors dus, dan petit(e) klein J'habite à Paris. Ik woon in Parijs. bizarre vreemd le problème het probleem le frère de broer merci bedankt Tu as quel âge? Hoe oud ben jij? quand wanneer peut- être misschien il joue hij speelt ma mère mijn moeder pour moi voor mij Tu habites où? Waar woon jij? on adore wij zijn dol op la France Frankrijk il y a er is, er zijn j'organise ik organiseer la famille de familie j'ai une soeur. Ik heb een zus. Quel est ton numéro de téléphone? Wat is je telefoonnummer? cool te gek J'ai un frère. Ik heb een broer. C'est quoi? Wat is dat? Mon numéro de téléphone c'est le ....... Mijn telefoonnummer is ... beaucoup veel Bonjour, ça va? Hallo, hoe gaat het? la semaine de week j'aime ik houd van Ça va bien. Het gaat goed. il reste hij blijft ici hier Oui, j'ai un chien, Hector. Ja, ik heb een hond, Hector. voilà alstublieft (als je iets geeft) mais maar regarde kijk Je m'appelle Noah. Ik heet Noah. la plage het strand aider helpen la cousine de nicht grand(e) groot le prix de prijs le poisson de vis il passe hij brengt door mignon leuk, schattig ensemble samen j'habite ik woon le message het bericht quelque chose iets la mer de zee Je m'appelle Léa et toi? Ik heet Léa en jij? Tu as un chien? Heb jij een hond? presque bijna on va à wij gaan naar la soeur de zus Tu as un frère? Heb jij een broer? donc dus aussi ook bienvenue welkom le copain de vriend demain morgen mon père mijn vader le chien de hond le lapin het konijn aujourd'hui vandaag je suis ik ben le portable het mobieltje le cousin de neef on continue wij gaan door la copine de vriendin pourquoi waarom Tu as une soeur? Heb jij een zus? maintenant nu le pays het land J'ai ... ans Ik ben ... jaar. le chat de kat en vacances op vakantie chouette te gek Au revoir! Tot ziens! salut hoi génial geweldig alors dus, dan petit(e) klein J'habite à Paris. Ik woon in Parijs. bizarre vreemd le problème het probleem le frère de broer merci bedankt Tu as quel âge? Hoe oud ben jij? quand wanneer peut- être misschien il joue hij speelt ma mère mijn moeder pour moi voor mij Tu habites où? Waar woon jij? on adore wij zijn dol op la France Frankrijk il y a er is, er zijn j'organise ik organiseer la famille de familie
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
Ik heb een zus.
j'ai une soeur.
Wat is je telefoonnummer?
Quel est ton numéro de téléphone?
te gek
cool
Ik heb een broer.
J'ai un frère.
Wat is dat?
C'est quoi?
Mijn telefoonnummer is ...
Mon numéro de téléphone c'est le .......
veel
beaucoup
Hallo, hoe gaat het?
Bonjour, ça va?
de week
la semaine
ik houd van
j'aime
Het gaat goed.
Ça va bien.
hij blijft
il reste
hier
ici
Ja, ik heb een hond, Hector.
Oui, j'ai un chien, Hector.
alstublieft (als je iets geeft)
voilà
maar
mais
kijk
regarde
Ik heet Noah.
Je m'appelle Noah.
het strand
la plage
helpen
aider
de nicht
la cousine
groot
grand(e)
de prijs
le prix
de vis
le poisson
hij brengt door
il passe
leuk, schattig
mignon
samen
ensemble
ik woon
j'habite
het bericht
le message
iets
quelque chose
de zee
la mer
Ik heet Léa en jij?
Je m'appelle Léa et toi?
Heb jij een hond?
Tu as un chien?
bijna
presque
wij gaan naar
on va à
de zus
la soeur
Heb jij een broer?
Tu as un frère?
dus
donc
ook
aussi
welkom
bienvenue
de vriend
le copain
morgen
demain
mijn vader
mon père
de hond
le chien
het konijn
le lapin
vandaag
aujourd'hui
ik ben
je suis
het mobieltje
le portable
de neef
le cousin
wij gaan door
on continue
de vriendin
la copine
waarom
pourquoi
Heb jij een zus?
Tu as une soeur?
nu
maintenant
het land
le pays
Ik ben ... jaar.
J'ai ... ans
de kat
le chat
op vakantie
en vacances
te gek
chouette
Tot ziens!
Au revoir!
hoi
salut
geweldig
génial
dus, dan
alors
klein
petit(e)
Ik woon in Parijs.
J'habite à Paris.
vreemd
bizarre
het probleem
le problème
de broer
le frère
bedankt
merci
Hoe oud ben jij?
Tu as quel âge?
wanneer
quand
misschien
peut-être
hij speelt
il joue
mijn moeder
ma mère
voor mij
pour moi
Waar woon jij?
Tu habites où?
wij zijn dol op
on adore
Frankrijk
la France
er is, er zijn
il y a
ik organiseer
j'organise
de familie
la famille