Ik speel voetbal. Ik ga graag naar school. Ik zing graag. Ik woon in Utrecht Ik heb ooit eens iets gewonnen (+wat). Ik lees graag. Ik fiets naar school. Ik hou van zwemmen Ik kom met de fiets naar school. Ik speel een instrument (bv. piano of gitaar). Ik heb een kat als huisdier. Ik hou van rekenen. Ik ben sportief. Ik hou van gamen. Ik heb één of meer broer(s). Ik heb een allergie (+ welke). Ik kan goed werken met computers. Ik teken graag. Ik heb geen broers of zussen. Ik spreek vier talen. Ik ben linkshandig. Ik heb één of meer zus(sen). Ik ben creatief. Ik studeer liefst talen. Ik speel voetbal. Ik ga graag naar school. Ik zing graag. Ik woon in Utrecht Ik heb ooit eens iets gewonnen (+wat). Ik lees graag. Ik fiets naar school. Ik hou van zwemmen Ik kom met de fiets naar school. Ik speel een instrument (bv. piano of gitaar). Ik heb een kat als huisdier. Ik hou van rekenen. Ik ben sportief. Ik hou van gamen. Ik heb één of meer broer(s). Ik heb een allergie (+ welke). Ik kan goed werken met computers. Ik teken graag. Ik heb geen broers of zussen. Ik spreek vier talen. Ik ben linkshandig. Ik heb één of meer zus(sen). Ik ben creatief. Ik studeer liefst talen.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
Ik speel voetbal.
Ik ga graag naar school.
Ik zing graag.
Ik woon in Utrecht
Ik heb ooit eens iets gewonnen (+wat).
Ik lees graag.
Ik fiets naar school.
Ik hou van zwemmen
Ik kom
met de fiets naar school.
Ik speel een instrument (bv. piano of gitaar).
Ik heb een kat als huisdier.
Ik hou van rekenen.
Ik ben sportief.
Ik hou van gamen.
Ik heb één of meer broer(s).
Ik heb een allergie (+ welke).
Ik kan goed werken met computers.
Ik teken graag.
Ik heb geen
broers of zussen.
Ik spreek vier talen.
Ik ben linkshandig.
Ik heb één of meer zus(sen).
Ik ben creatief.
Ik studeer liefst talen.