Kan dehandstandis 15jaar  Heeft blauweogen   Kan in hetEngels tot20 tellen weet hoe jeeenonderwerpvindt  gaat eenherkansingdoen voorNederlands  weet denaam vandeteamleider Is eenochtendmens  Heeft eenallergie  Islinkshandig   weet wat eenbijvoeglijknaamwoord is  Heeft eenrode kaartgekregen staat eenvoldoendevoorNederlands kijktfilmpjesop tik tok houdt vantrekkers  speeltgraagFarmingDoet eenbalsport   is goedinplankingKan goeddansen  Heeft nognooit in eenvliegtuiggezeten rookt woontinAlmelo Heeft ietsgebroken   draagtvaakklompen Kan dehandstandis 15jaar  Heeft blauweogen   Kan in hetEngels tot20 tellen weet hoe jeeenonderwerpvindt  gaat eenherkansingdoen voorNederlands  weet denaam vandeteamleider Is eenochtendmens  Heeft eenallergie  Islinkshandig   weet wat eenbijvoeglijknaamwoord is  Heeft eenrode kaartgekregen staat eenvoldoendevoorNederlands kijktfilmpjesop tik tok houdt vantrekkers  speeltgraagFarmingDoet eenbalsport   is goedinplankingKan goeddansen  Heeft nognooit in eenvliegtuiggezeten rookt woontinAlmelo Heeft ietsgebroken   draagtvaakklompen 

Kennismakingsbingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
B
2
G
3
B
4
I
5
G
6
I
7
O
8
B
9
G
10
O
11
N
12
N
13
B
14
I
15
O
16
I
17
N
18
N
19
G
20
O
21
I
22
B
23
O
24
G
  1. B-Kan de handstand
  2. G-is 15 jaar
  3. B-Heeft blauwe ogen
  4. I-Kan in het Engels tot 20 tellen
  5. G-weet hoe je een onderwerp vindt
  6. I-gaat een herkansing doen voor Nederlands
  7. O-weet de naam van de teamleider
  8. B-Is een ochtendmens
  9. G-Heeft een allergie
  10. O-Is linkshandig
  11. N- weet wat een bijvoeglijk naamwoord is
  12. N-Heeft een rode kaart gekregen
  13. B-staat een voldoende voor Nederlands
  14. I-kijkt filmpjes op tik tok
  15. O-houdt van trekkers
  16. I-speelt graag Farming
  17. N-Doet een balsport
  18. N-is goed in planking
  19. G-Kan goed dansen
  20. O-Heeft nog nooit in een vliegtuig gezeten
  21. I-rookt
  22. B-woont in Almelo
  23. O-Heeft iets gebroken
  24. G-draagt vaak klompen