Iemandheeft nietgelogd.Ik bengeenbestuurder.Vlak voorpauzeeen call.Heel veelachtergrondgeluidSpreektgeen NLof EN.Ik wasmetvakantie.Kunt umijhoren?Ik wil eenmanagerspreken.Waaromben ikafgewezen?Dan ga iknaar eenanderebank.In de wachtopgehangen.Ik weetniet of ikbij julliegoed zit?Hebbenjullie ookeenkantoor?Jullie zijnracistisch!Kan erspoedbij?Devraagbaakstuurt mijnaar jullie.Waaromwillenjullie ditweten?Kunnenjullie ookop naamzoeken?Ik hebtoch aleen prive-rekening!Denken julliedat ik eencrimineelben?Ik wil diepersoonspreken!Ik zit nuin deauto.Julliehebbenmij nooitgebeld!Iemand iste laatterug vanpauze.Iemandheeft nietgelogd.Ik bengeenbestuurder.Vlak voorpauzeeen call.Heel veelachtergrondgeluidSpreektgeen NLof EN.Ik wasmetvakantie.Kunt umijhoren?Ik wil eenmanagerspreken.Waaromben ikafgewezen?Dan ga iknaar eenanderebank.In de wachtopgehangen.Ik weetniet of ikbij julliegoed zit?Hebbenjullie ookeenkantoor?Jullie zijnracistisch!Kan erspoedbij?Devraagbaakstuurt mijnaar jullie.Waaromwillenjullie ditweten?Kunnenjullie ookop naamzoeken?Ik hebtoch aleen prive-rekening!Denken julliedat ik eencrimineelben?Ik wil diepersoonspreken!Ik zit nuin deauto.Julliehebbenmij nooitgebeld!Iemand iste laatterug vanpauze.

Het is vandaag tijd voor... - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
I
2
I
3
B
4
O
5
I
6
O
7
O
8
I
9
N
10
G
11
B
12
O
13
G
14
G
15
G
16
N
17
G
18
O
19
N
20
I
21
N
22
B
23
B
24
B
  1. I-Iemand heeft niet gelogd.
  2. I-Ik ben geen bestuurder.
  3. B-Vlak voor pauze een call.
  4. O-Heel veel achtergrond geluid
  5. I-Spreekt geen NL of EN.
  6. O-Ik was met vakantie.
  7. O-Kunt u mij horen?
  8. I-Ik wil een manager spreken.
  9. N-Waarom ben ik afgewezen?
  10. G-Dan ga ik naar een andere bank.
  11. B-In de wacht opgehangen.
  12. O-Ik weet niet of ik bij jullie goed zit?
  13. G-Hebben jullie ook een kantoor?
  14. G-Jullie zijn racistisch!
  15. G-Kan er spoed bij?
  16. N-De vraagbaak stuurt mij naar jullie.
  17. G-Waarom willen jullie dit weten?
  18. O-Kunnen jullie ook op naam zoeken?
  19. N-Ik heb toch al een prive-rekening!
  20. I-Denken jullie dat ik een crimineel ben?
  21. N-Ik wil die persoon spreken!
  22. B-Ik zit nu in de auto.
  23. B-Jullie hebben mij nooit gebeld!
  24. B-Iemand is te laat terug van pauze.