Ik heb meeenzaamgevoeldIk hebeenspelletjegespeeldIk hebnaar eenfilmgekekenIk hebgefietstIk hebeenwandelinggemaaktIk hebonline ietsgekochtIk hebmet dekinderengespeeldIk hebeen boekgelezenIk hebmuziekgeluisterdIk hebNederlandsgepraatIk heb delesNederlandsgemistIk heb dehele dagmijn pyjamaaangehadIk hebgesportIk heb voorde testNederlandsgestudeerdIk hebtelevisiegekekenIk heb naarde videovan CarmengeluisterdIk heblang enveelgeslapenIk hebeen stukjechocoladegegetenIk hebmetfamiliegebeldIk hebetengekooktIk heb meeenzaamgevoeldIk hebeenspelletjegespeeldIk hebnaar eenfilmgekekenIk hebgefietstIk hebeenwandelinggemaaktIk hebonline ietsgekochtIk hebmet dekinderengespeeldIk hebeen boekgelezenIk hebmuziekgeluisterdIk hebNederlandsgepraatIk heb delesNederlandsgemistIk heb dehele dagmijn pyjamaaangehadIk hebgesportIk heb voorde testNederlandsgestudeerdIk hebtelevisiegekekenIk heb naarde videovan CarmengeluisterdIk heblang enveelgeslapenIk hebeen stukjechocoladegegetenIk hebmetfamiliegebeldIk hebetengekookt

Herfstvakantie BINGO - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
  1. Ik heb me eenzaam gevoeld
  2. Ik heb een spelletje gespeeld
  3. Ik heb naar een film gekeken
  4. Ik heb gefietst
  5. Ik heb een wandeling gemaakt
  6. Ik heb online iets gekocht
  7. Ik heb met de kinderen gespeeld
  8. Ik heb een boek gelezen
  9. Ik heb muziek geluisterd
  10. Ik heb Nederlands gepraat
  11. Ik heb de les Nederlands gemist
  12. Ik heb de hele dag mijn pyjama aangehad
  13. Ik heb gesport
  14. Ik heb voor de test Nederlands gestudeerd
  15. Ik heb televisie gekeken
  16. Ik heb naar de video van Carmen geluisterd
  17. Ik heb lang en veel geslapen
  18. Ik heb een stukje chocolade gegeten
  19. Ik heb met familie gebeld
  20. Ik heb eten gekookt