zichheeftverveeld.kastanjesof notengegetenheeft.totmiddernachtisopgebleven.veelnetflixheeftgekekenerg vroegwakkerwas.gaanlogerenis.naar eenmuseumisgeweest.kleinekatjesheeftgekregen.jufNathalieheeftgemist.met eenklasgenootjeheeftafgesprokenmet detrein heeftgereden.is gaanzwemmenmeer dan5 ijsjesheeftgegeten.minstens 3soortenchipsgegetenheeft.gaanzwemmenis.fier wasop z'nrapport.met hetvliegtuiggevlogenheeft.minstens2x frietengegetenheeft.boterhammenmet chocoheeft gegeten.die buitenkwam inblotebenen.naar eenbinnenspeeltuinis geweest.blij is dathet terugschool is.naar eenpretparkgeweestis.in het bosheeftgewandeld.zichheeftverveeld.kastanjesof notengegetenheeft.totmiddernachtisopgebleven.veelnetflixheeftgekekenerg vroegwakkerwas.gaanlogerenis.naar eenmuseumisgeweest.kleinekatjesheeftgekregen.jufNathalieheeftgemist.met eenklasgenootjeheeftafgesprokenmet detrein heeftgereden.is gaanzwemmenmeer dan5 ijsjesheeftgegeten.minstens 3soortenchipsgegetenheeft.gaanzwemmenis.fier wasop z'nrapport.met hetvliegtuiggevlogenheeft.minstens2x frietengegetenheeft.boterhammenmet chocoheeft gegeten.die buitenkwam inblotebenen.naar eenbinnenspeeltuinis geweest.blij is dathet terugschool is.naar eenpretparkgeweestis.in het bosheeftgewandeld.

Zoek iemand die ... - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. zich heeft verveeld.
  2. kastanjes of noten gegeten heeft.
  3. tot middernacht is opgebleven.
  4. veel netflix heeft gekeken
  5. erg vroeg wakker was.
  6. gaan logeren is.
  7. naar een museum is geweest.
  8. kleine katjes heeft gekregen.
  9. juf Nathalie heeft gemist.
  10. met een klasgenootje heeft afgesproken
  11. met de trein heeft gereden.
  12. is gaan zwemmen
  13. meer dan 5 ijsjes heeft gegeten.
  14. minstens 3 soorten chips gegeten heeft.
  15. gaan zwemmen is.
  16. fier was op z'n rapport.
  17. met het vliegtuig gevlogen heeft.
  18. minstens 2x frieten gegeten heeft.
  19. boterhammen met choco heeft gegeten.
  20. die buiten kwam in blote benen.
  21. naar een binnenspeeltuin is geweest.
  22. blij is dat het terug school is.
  23. naar een pretpark geweest is.
  24. in het bos heeft gewandeld.