BeoefenteenteamsportIs in dewinterjarig.bespeelteeninstrumentHeeftdezelfdekleurogenHeeft eenpoes alshuisdierWie maakteenweekmenu?leestreclamefoldersHoudt vanoliebollen?WoontinBleiswijkKijkt naarboerzoektvrouwdoet meer dan3x in de weekboodschappenWie koopalleen Amerken?Komt in meerdan tweesupermarktenWie stelt eenbudget op voorboodschappen?Is langerdan vijfjaarvrijwilligerWie laat zijnboodschappenthuisbezorgen?Is allangerdan 3 jaarvrijwilligerHeefteenplanbordWie houdt zich aanhetboodschappenlijstje? Wie let opaanbiedingen?Is indezelfdemaandjarigMoest als kindookboodschappendoen thuis.VindspruitjeslekkerMaakt zelf geenboodschappenlijstjeKangoedkokenBeoefenteenteamsportIs in dewinterjarig.bespeelteeninstrumentHeeftdezelfdekleurogenHeeft eenpoes alshuisdierWie maakteenweekmenu?leestreclamefoldersHoudt vanoliebollen?WoontinBleiswijkKijkt naarboerzoektvrouwdoet meer dan3x in de weekboodschappenWie koopalleen Amerken?Komt in meerdan tweesupermarktenWie stelt eenbudget op voorboodschappen?Is langerdan vijfjaarvrijwilligerWie laat zijnboodschappenthuisbezorgen?Is allangerdan 3 jaarvrijwilligerHeefteenplanbordWie houdt zich aanhetboodschappenlijstje?Wie let opaanbiedingen?Is indezelfdemaandjarigMoest als kindookboodschappendoen thuis.VindspruitjeslekkerMaakt zelf geenboodschappenlijstjeKangoedkoken

Namen bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
  1. Beoefent een teamsport
  2. Is in de winter jarig.
  3. bespeelt een instrument
  4. Heeft dezelfde kleur ogen
  5. Heeft een poes als huisdier
  6. Wie maakt een weekmenu?
  7. leest reclamefolders
  8. Houdt van oliebollen?
  9. Woont in Bleiswijk
  10. Kijkt naar boer zoekt vrouw
  11. doet meer dan 3x in de week boodschappen
  12. Wie koop alleen A merken?
  13. Komt in meer dan twee supermarkten
  14. Wie stelt een budget op voor boodschappen?
  15. Is langer dan vijf jaar vrijwilliger
  16. Wie laat zijn boodschappen thuis bezorgen?
  17. Is al langer dan 3 jaar vrijwilliger
  18. Heeft een planbord
  19. Wie houdt zich aan het boodschappenlijstje?
  20. Wie let op aanbiedingen?
  21. Is in dezelfde maand jarig
  22. Moest als kind ook boodschappen doen thuis.
  23. Vind spruitjes lekker
  24. Maakt zelf geen boodschappenlijstje
  25. Kan goed koken