Thuis klusjes heeft gedaan. Zijn of haar kamer heeft opgeruimd. Iets creatiefs heeft gemaakt. Heeft gekampeerd. Zich heeft verveeld. Met een klasgenoot heeft afgesproken. In het bos heeft gewandeld. Later dan 23 uur naar bed is gegaan. Heeft gewerkt. Heeft gelogeerd. In de file heeft gestaan. Heeft uitgeslapen. Meer dan 5 ijsjes heeft gegeten. Weer zin had in school. In de zee heeft gezwommen. De school in de vakantie heeft gezien. In een museum is geweest. Een buitenlands woord heeft geleerd. Iets is kwijtgeraakt. Heeft gefietst. Heeft gevoetbald. In de bergen heeft gewandeld. Is verbrand door de zon. Heeft gelezen. Thuis klusjes heeft gedaan. Zijn of haar kamer heeft opgeruimd. Iets creatiefs heeft gemaakt. Heeft gekampeerd. Zich heeft verveeld. Met een klasgenoot heeft afgesproken. In het bos heeft gewandeld. Later dan 23 uur naar bed is gegaan. Heeft gewerkt. Heeft gelogeerd. In de file heeft gestaan. Heeft uitgeslapen. Meer dan 5 ijsjes heeft gegeten. Weer zin had in school. In de zee heeft gezwommen. De school in de vakantie heeft gezien. In een museum is geweest. Een buitenlands woord heeft geleerd. Iets is kwijtgeraakt. Heeft gefietst. Heeft gevoetbald. In de bergen heeft gewandeld. Is verbrand door de zon. Heeft gelezen.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
Thuis klusjes heeft gedaan.
Zijn of haar kamer heeft opgeruimd.
Iets creatiefs heeft gemaakt.
Heeft gekampeerd.
Zich heeft verveeld.
Met een klasgenoot heeft afgesproken.
In het bos heeft gewandeld.
Later dan 23 uur naar bed is gegaan.
Heeft gewerkt.
Heeft gelogeerd.
In de file heeft gestaan.
Heeft uitgeslapen.
Meer dan 5 ijsjes heeft gegeten.
Weer zin had in school.
In de zee heeft gezwommen.
De school in de vakantie heeft gezien.
In een museum is geweest.
Een buitenlands woord heeft geleerd.
Iets is kwijtgeraakt.
Heeft gefietst.
Heeft gevoetbald.
In de bergen heeft gewandeld.
Is verbrand door de zon.
Heeft gelezen.