Is minderdan eenjaar indienstHeeft eenpersoonlijkemokHeeft eencreatievehobbyHeeftkind(eren)Heeft werkbuiten deonderwijssectorgedaanWoont inRotterdamWeet altijdwaar dekoekjeszijnHeeft ooiteen toetsgered op hetlaatstemomentKan goedprioriterenZit elke(werk)dagin overlegHeeft eenplant ophetbureauWandelttijdensde lunchIs fan vande koffieuit deautomaatWerktgraag metmuziek opHeeft inhetbuitenlandgewoondVraagt altijdhoe hetweekendwasKomt opde fietsnaar werkWerkthier 5+jaarHoudt vanstrakkedeadlinesReist meerdan 45minutennaar werkWeet deverjaardagenvan collega'sSpreektmeer dandrie talenWerkt hetliefst opkantoorHeeft altijdmeer dan 5tabbladenopenIs minderdan eenjaar indienstHeeft eenpersoonlijkemokHeeft eencreatievehobbyHeeftkind(eren)Heeft werkbuiten deonderwijssectorgedaanWoont inRotterdamWeet altijdwaar dekoekjeszijnHeeft ooiteen toetsgered op hetlaatstemomentKan goedprioriterenZit elke(werk)dagin overlegHeeft eenplant ophetbureauWandelttijdensde lunchIs fan vande koffieuit deautomaatWerktgraag metmuziek opHeeft inhetbuitenlandgewoondVraagt altijdhoe hetweekendwasKomt opde fietsnaar werkWerkthier 5+jaarHoudt vanstrakkedeadlinesReist meerdan 45minutennaar werkWeet deverjaardagenvan collega'sSpreektmeer dandrie talenWerkt hetliefst opkantoorHeeft altijdmeer dan 5tabbladenopen

Toetsfeestje - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
O
2
O
3
N
4
B
5
G
6
O
7
O
8
N
9
B
10
G
11
N
12
I
13
I
14
B
15
B
16
O
17
I
18
G
19
I
20
B
21
N
22
G
23
G
24
I
  1. O-Is minder dan een jaar in dienst
  2. O-Heeft een persoonlijke mok
  3. N-Heeft een creatieve hobby
  4. B-Heeft kind(eren)
  5. G-Heeft werk buiten de onderwijssector gedaan
  6. O-Woont in Rotterdam
  7. O-Weet altijd waar de koekjes zijn
  8. N-Heeft ooit een toets gered op het laatste moment
  9. B-Kan goed prioriteren
  10. G-Zit elke (werk)dag in overleg
  11. N-Heeft een plant op het bureau
  12. I-Wandelt tijdens de lunch
  13. I-Is fan van de koffie uit de automaat
  14. B-Werkt graag met muziek op
  15. B-Heeft in het buitenland gewoond
  16. O-Vraagt altijd hoe het weekend was
  17. I-Komt op de fiets naar werk
  18. G-Werkt hier 5+ jaar
  19. I-Houdt van strakke deadlines
  20. B-Reist meer dan 45 minuten naar werk
  21. N-Weet de verjaardagen van collega's
  22. G-Spreekt meer dan drie talen
  23. G-Werkt het liefst op kantoor
  24. I-Heeft altijd meer dan 5 tabbladen open