(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
Schrijf altijd iets op/gokken als je het niet weet.
Waar zou de tekst over gaan?
Interpreteert
Citeren
Eerste ronde
Mobiel weg
Zorgvuldig vraag lezen. Zoek dan de moeilijke woorden op. Controleer of je ook echt antwoord geeft op de vraag. Geef alleen antwoord op dat wat er gevraagd wordt.
Huppelen
Signaalwoorden
Eerste en laatste alinea
Geconcontreerd
Per alinea de belangrijkste zin ofwel de kernzin aan
Alineafunctie: verband
Free!
Standaard vragen:
Drie rondes
Bv Wordt er in de inleiding of het slot een standpunt geformuleerd? Dan is de kans groot dat de schrijver je probeert te overtuigen en dus een betoog schrijft. Is dat niet het geval? Grote kans dat het een beschouwing is waarbij de leszer zelf een
Oefenen
4) Tekstonafhankelijke vragen
Functies van tekstgedeelten bepalen. Wat is de functie van alinea x tov alinea y.
1) Oriënterend
Voordat je dat doet is het raadzaam even de vragen door te lezen
(Volledig beantwoorden)
2) Intensief
Wat er van je verwacht wordt
3) Derde ronde:
markeren/opschrijven
5) Meerkeuze:
Voetbalwedstrijd
Een meerkeuzevraag moet vanzelfsprekend helemaal juist zijn. …Sommige antwoorden direct kan wegstrepen, omdat ze slechts gedeeltelijk juist zijn. Bedenk zelf eerst het antwoord en kijk dan pas welk meerkeuzeantwoord het dichtste in de buurt komt.
Tekst indelen: welk tussenkopje hoort bij welke alinea
Titel, tussenkopjes, (illustraties)
Emotie bevatten, zoals helemaal niet of zeer goed: Essentiële verschillen in betekenis. Ga hierbij altijd uit van wat er in de tekst staat en niet van wat jij denkt.
Iets met eigen woorden zeggen
Beantwoord je de vragen
Tegenstselling herken je aan: maar, echter, integendeel
Welke zin drukt het beste hoofdgedachte uit. De hoofdgedachte wordt soms in de inleiding of het slot geformuleerd.
Schrijver
Hoofdgedachte van tekst vertellen
Argumentatieve vragen: standpunt en argumenten (signaalwoorden aankondigen) Redeneren, argumenten, drogredenen