Voor wieis dit zijn/haar 1ebaan?Wie drinktnooitwijn?Wie is ergetrouwd?Wie heeft 2verschillendebanen?Wie heefter eenbroer?Wie heeftmeer dan2kinderen?Wie heefter in hetbuitenlandgewoond?Wie werkthier langerdan 10jaar?Wie isvegetariër?Wie heefteenvoornaammet 1lettergreepWie heefter eenallergie?Wie heefter op eentrekkergereden?Wie heefter thuispaarden?Wie heeftschoenmaat38?Wie is erin devakantiejarig?Wieheeft ereen kat? Wie is dejongstethuis?Wie werktehiervoorbuiten hetonderwijs? Wie isvandaagop de fietsgekomen?Wie werkter alsvrijwilliger?Wie heeftwel eenseen operatiegehad?Wie bespeelt ereenmuziekinstrument?Voor wieis dit zijn/haar 1ebaan?Wie drinktnooitwijn?Wie is ergetrouwd?Wie heeft 2verschillendebanen?Wie heefter eenbroer?Wie heeftmeer dan2kinderen?Wie heefter in hetbuitenlandgewoond?Wie werkthier langerdan 10jaar?Wie isvegetariër?Wie heefteenvoornaammet 1lettergreepWie heefter eenallergie?Wie heefter op eentrekkergereden?Wie heefter thuispaarden?Wie heeftschoenmaat38?Wie is erin devakantiejarig?Wieheeft ereen kat? Wie is dejongstethuis?Wie werktehiervoorbuiten hetonderwijs? Wie isvandaagop de fietsgekomen?Wie werkter alsvrijwilliger?Wie heeftwel eenseen operatiegehad?Wie bespeelt ereenmuziekinstrument?

Terra Oldekerk Collega BINGO - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
  1. Voor wie is dit zijn/ haar 1e baan?
  2. Wie drinkt nooit wijn?
  3. Wie is er getrouwd?
  4. Wie heeft 2 verschillende banen?
  5. Wie heeft er een broer?
  6. Wie heeft meer dan 2 kinderen?
  7. Wie heeft er in het buitenland gewoond?
  8. Wie werkt hier langer dan 10 jaar?
  9. Wie is vegetariër?
  10. Wie heeft een voornaam met 1 lettergreep
  11. Wie heeft er een allergie?
  12. Wie heeft er op een trekker gereden?
  13. Wie heeft er thuis paarden?
  14. Wie heeft schoenmaat 38?
  15. Wie is er in de vakantie jarig?
  16. Wie heeft er een kat?
  17. Wie is de jongste thuis?
  18. Wie werkte hiervoor buiten het onderwijs?
  19. Wie is vandaag op de fiets gekomen?
  20. Wie werkt er als vrijwilliger?
  21. Wie heeft wel eens een operatie gehad?
  22. Wie bespeelt er een muziekinstrument?