graag boeken leest. blauwe ogen heeft. in een stapelbed slaapt het best spannend vindt om weer te starten in de klas. thuis nooit op de (spel)computer speelt. vanochtend veel zin had in school. wel eens helpt in het huishouden huisdieren heeft. oorbellen draagt. op de fiets naar school komt. meer dan twee zwemdiploma's heeft. een allergie heeft. graag voetbal speelt. een nieuwe sport gaat doen dit jaar. een oudere broer of zus heeft. wel eens een lichaamsdeel heeft gebroken. bang is voor spinnen. een achternaam heeft met meer dan 10 letters. een ochtendmens is. familie in het buitenland hebt wonen. van rekenen houdt. een mooie radslag kan maken. een broertje of zusje hier op school heeft. een instrument speelt. graag boeken leest. blauwe ogen heeft. in een stapelbed slaapt het best spannend vindt om weer te starten in de klas. thuis nooit op de (spel)computer speelt. vanochtend veel zin had in school. wel eens helpt in het huishouden huisdieren heeft. oorbellen draagt. op de fiets naar school komt. meer dan twee zwemdiploma's heeft. een allergie heeft. graag voetbal speelt. een nieuwe sport gaat doen dit jaar. een oudere broer of zus heeft. wel eens een lichaamsdeel heeft gebroken. bang is voor spinnen. een achternaam heeft met meer dan 10 letters. een ochtendmens is. familie in het buitenland hebt wonen. van rekenen houdt. een mooie radslag kan maken. een broertje of zusje hier op school heeft. een instrument speelt.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
graag boeken leest.
blauwe ogen heeft.
in een stapelbed slaapt
het best spannend vindt om weer te starten in de klas.
thuis nooit op de (spel)computer speelt.
vanochtend veel zin had in school.
wel eens helpt in het huishouden
huisdieren heeft.
oorbellen draagt.
op de fiets naar school komt.
meer dan twee zwemdiploma's heeft.
een allergie heeft.
graag voetbal speelt.
een nieuwe sport gaat doen dit jaar.
een oudere broer of zus heeft.
wel eens een lichaamsdeel heeft gebroken.
bang is voor spinnen.
een achternaam heeft met meer dan 10 letters.
een ochtendmens is.
familie in het buitenland hebt wonen.
van rekenen houdt.
een mooie radslag kan maken.
een broertje of zusje hier op school heeft.
een instrument speelt.