Is opfamiliebezoekgeweestIs naarzeegeweestIs buitenEuropa opvakantiegeweestHeeft methetvliegtuiggereisdIs inAmsterdamgeweestHeeft inde filegestaanHeefteen boekgelezenIs inNederlandgeblevenHeeft eenpretparkbezochtIs doorde zonverbrandHeeftNetflixgekekenHeeft dehelevakantiegewerktHeeftpechgehadHeeftnieuweklerengekochtHeeft ineenrestaurantgegetenis naareigen landgeweestHeeft opvakantieNederlandsgesprokenHeeftgezwommenHeeft veelregengehadHeeft inde bergengewandeldHeeft meerdan 200 km.in de autogeredenIs naareenmuseumgeweestHeeftgebarbecuedHeeft nieuweNederlandsewoordengeleerdIs opfamiliebezoekgeweestIs naarzeegeweestIs buitenEuropa opvakantiegeweestHeeft methetvliegtuiggereisdIs inAmsterdamgeweestHeeft inde filegestaanHeefteen boekgelezenIs inNederlandgeblevenHeeft eenpretparkbezochtIs doorde zonverbrandHeeftNetflixgekekenHeeft dehelevakantiegewerktHeeftpechgehadHeeftnieuweklerengekochtHeeft ineenrestaurantgegetenis naareigen landgeweestHeeft opvakantieNederlandsgesprokenHeeftgezwommenHeeft veelregengehadHeeft inde bergengewandeldHeeft meerdan 200 km.in de autogeredenIs naareenmuseumgeweestHeeftgebarbecuedHeeft nieuweNederlandsewoordengeleerd

Vakantie Bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. Is op familiebezoek geweest
  2. Is naar zee geweest
  3. Is buiten Europa op vakantie geweest
  4. Heeft met het vliegtuig gereisd
  5. Is in Amsterdam geweest
  6. Heeft in de file gestaan
  7. Heeft een boek gelezen
  8. Is in Nederland gebleven
  9. Heeft een pretpark bezocht
  10. Is door de zon verbrand
  11. Heeft Netflix gekeken
  12. Heeft de hele vakantie gewerkt
  13. Heeft pech gehad
  14. Heeft nieuwe kleren gekocht
  15. Heeft in een restaurant gegeten
  16. is naar eigen land geweest
  17. Heeft op vakantie Nederlands gesproken
  18. Heeft gezwommen
  19. Heeft veel regen gehad
  20. Heeft in de bergen gewandeld
  21. Heeft meer dan 200 km. in de auto gereden
  22. Is naar een museum geweest
  23. Heeft gebarbecued
  24. Heeft nieuwe Nederlandse woorden geleerd