(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
trompet kan spelen.
een armband draagt.
met de fiets naar school gaat.
een slang als huisdier heeft.
een N in haar naam heeft.
graag aan het tekenen is.
muziek een leuk vak vindt.
van de winter houdt.
ouder is dan 18.
met de bus naar school gaat.
met de metro naar school gaat.
een Iphone hebben.
dezelfde leeftijd heeft.
een D in haar naam heeft.
een rood shirt aan heeft.
een paard hebben.
rekenen leuk vindt.
met de scooter naar school gaat.
al eens voor de klas heeft gestaan.
begint met dezelfde voorletter.
veel sport.
natuur een leuk vak vindt.
een hamster heeft als huisdier.
in de winter jarig is.
in de lente jarig is.
dezelfde kledingstijl heeft.
taal een leuk vak vindt.
graag aan het koken is.
hetzelfde eten lekker vindt.
dezelfde kleur sokken heeft.
graag naar buiten gaat.
met de tram naar school gaat.
hetzelfde geluksgetal heeft.
dezelfde huisdier heeft.
in de herfst jarig is.
dezelfde sport leuk vindt.
dezelfde eigenschappen heeft.
graag hardlopen.
in een andere klas zit.
geschiedenis een leuk vak vindt.
rechtshandig zijn.
dezelfde kleur schoenen heeft.
een kat als huisdier heeft.
uitkijkt naar dit jaar.
van de zomer houdt.
een Samsung hebben.
van de lente houdt.
bij de Jumbo werkt.
van de zon houdt.
in dezelfde klas zit als jij.
tweeling is.
gitaar speelt.
van de herfst houdt.
hockey speelt.
aardrijkskunde een leuk vak vindt.
al bekend is binnen de Thomas More.
zusje(s) heeft.
dezelfde hobby's heeft.
met de trein naar werk gaat.
broertje(s) heeft.
op dansen zitten.
met de trein naar werk gaat.met de metro naar school gaat