In debergengeweest  Ik bennaarFrankrijkgeweest Ik hebuitgeslapen.Vrijwilligerswerkgedaan Gelogeerdbij opa ofoma. Ik heb eennachtdoorgehaald  Ik had eenblunderdezevakantie Ik hebschoolgemist  In een tentgeslapen...Ik heb ietsgedaan watik nog nooitheb gedaan  Ik heb ietssportiefsgedaan.  Ik heb aanwatersportgedaan dezevakantieAfgesprokenmet eenklasgenoot  Uit etengeweest  Ik ben opkampgeweest  Een boekuitgelezen.  Ik heb eenkaartspelgespeeld     ijs met 3bolletjesgegeten  Ik hebklusjesgedaan  Veel geldverdiendmetwerken Met hetvliegtuig opvakantiegeweest Ik vind devakantie telang duren.  Nieuwevriendengemaakt.  In debergengeweest  Ik bennaarFrankrijkgeweest Ik hebuitgeslapen.Vrijwilligerswerkgedaan Gelogeerdbij opa ofoma. Ik heb eennachtdoorgehaald  Ik had eenblunderdezevakantie Ik hebschoolgemist  In een tentgeslapen...Ik heb ietsgedaan watik nog nooitheb gedaan  Ik heb ietssportiefsgedaan.  Ik heb aanwatersportgedaan dezevakantieAfgesprokenmet eenklasgenoot  Uit etengeweest  Ik ben opkampgeweest  Een boekuitgelezen.  Ik heb eenkaartspelgespeeld    ijs met 3bolletjesgegeten  Ik hebklusjesgedaan  Veel geldverdiendmetwerken Met hetvliegtuig opvakantiegeweest Ik vind devakantie telang duren.  Nieuwevriendengemaakt.  

Vakantie bingo - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
I
2
N
3
G
4
B
5
G
6
I
7
0
8
B
9
I
10
0
11
B
12
I
13
G
14
B
15
N
16
0
17
N
18
B
19
N
20
0
21
N
22
G
23
I
24
0
25
G
  1. I-In de bergen geweest
  2. N-Ik ben naar Frankrijk geweest
  3. G-Ik heb uitgeslapen.
  4. B-Vrijwilligers werk gedaan
  5. G-Gelogeerd bij opa of oma.
  6. I-Ik heb een nacht doorgehaald
  7. 0-Ik had een blunder deze vakantie
  8. B-Ik heb school gemist
  9. I-In een tent geslapen...
  10. 0-Ik heb iets gedaan wat ik nog nooit heb gedaan
  11. B-Ik heb iets sportiefs gedaan.
  12. I-
  13. G-Ik heb aan watersport gedaan deze vakantie
  14. B-Afgesproken met een klasgenoot
  15. N-Uit eten geweest
  16. 0-Ik ben op kamp geweest
  17. N-Een boek uit gelezen.
  18. B-Ik heb een kaartspel gespeeld
  19. N-
  20. 0-ijs met 3 bolletjes gegeten
  21. N-Ik heb klusjes gedaan
  22. G-Veel geld verdiend met werken
  23. I-Met het vliegtuig op vakantie geweest
  24. 0-Ik vind de vakantie te lang duren.
  25. G-Nieuwe vrienden gemaakt.