met hetvliegtuigop reisging.(een)nieuwevriend(en)maakte.vrienden/familiebezocht ineen anderland.naar eeneiland opvakantieging.opkampging.video-spelletjesspeeldetijdens devakantie.naar hetbuitenlandging.water-spelletjesgehoudenheeft.naar hetstrandgegaan is.is gaanvissen.eenrondreismaakte.zomertaakjesuitvoerde(auto wassen,afwasmachineuitladen...)in debergengingwandelen.gezwommenheeft in eenrivier of eenmeer.eenpicknickheeftgehouden.een nieuwesport ofactiviteituittestte.gingkamperen.eenwater-pretparkbezocht.eenparkbezocht.per bootop reisgeweestis.een extremesportuitgeoefendheeft.gebarbecuedheeft dezezomer.met debootreisde.in eenhotelverbleef.met hetvliegtuigop reisging.(een)nieuwevriend(en)maakte.vrienden/familiebezocht ineen anderland.naar eeneiland opvakantieging.opkampging.video-spelletjesspeeldetijdens devakantie.naar hetbuitenlandging.water-spelletjesgehoudenheeft.naar hetstrandgegaan is.is gaanvissen.eenrondreismaakte.zomertaakjesuitvoerde(auto wassen,afwasmachineuitladen...)in debergengingwandelen.gezwommenheeft in eenrivier of eenmeer.eenpicknickheeftgehouden.een nieuwesport ofactiviteituittestte.gingkamperen.eenwater-pretparkbezocht.eenparkbezocht.per bootop reisgeweestis.een extremesportuitgeoefendheeft.gebarbecuedheeft dezezomer.met debootreisde.in eenhotelverbleef.

Zomervakantie! Zoek iemand die... - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. met het vliegtuig op reis ging.
  2. (een) nieuwe vriend(en) maakte.
  3. vrienden/ familie bezocht in een ander land.
  4. naar een eiland op vakantie ging.
  5. op kamp ging.
  6. video-spelletjes speelde tijdens de vakantie.
  7. naar het buitenland ging.
  8. water-spelletjes gehouden heeft.
  9. naar het strand gegaan is.
  10. is gaan vissen.
  11. een rondreis maakte.
  12. zomertaakjes uitvoerde (auto wassen, afwasmachine uitladen...)
  13. in de bergen ging wandelen.
  14. gezwommen heeft in een rivier of een meer.
  15. een picknick heeft gehouden.
  16. een nieuwe sport of activiteit uittestte.
  17. ging kamperen.
  18. een water-pretpark bezocht.
  19. een park bezocht.
  20. per boot op reis geweest is.
  21. een extreme sport uitgeoefend heeft.
  22. gebarbecued heeft deze zomer.
  23. met de boot reisde.
  24. in een hotel verbleef.