Werk met een klasgenoot samen Kom op voor een klasgenoot Maak iets leuks voor een klasgenoot Vraag een klasgenoot om samen te spelen Vertel iets over jezelf aan een klasgenoot Vertel een klasgenoot waar je blij van wordt Vraag een klasgenoot om je te helpen Wat hoop jij dit jaar zeker te leren? Geef een compliment aan een klasgenoot Doe iets leuks samen met een klasgenoot Help een klasgenoot met opruimen Vertel iets grappigs aan een klasgenoot Zeg iets aardigs tegen een klasgenoot Help de juf met opruimen Vertel een klasgenoot waar je trots op bent Help een klasgenoot bij zijn opdracht Schrijf iets liefs voor een klasgenoot Werk met een klasgenoot samen Kom op voor een klasgenoot Maak iets leuks voor een klasgenoot Vraag een klasgenoot om samen te spelen Vertel iets over jezelf aan een klasgenoot Vertel een klasgenoot waar je blij van wordt Vraag een klasgenoot om je te helpen Wat hoop jij dit jaar zeker te leren? Geef een compliment aan een klasgenoot Doe iets leuks samen met een klasgenoot Help een klasgenoot met opruimen Vertel iets grappigs aan een klasgenoot Zeg iets aardigs tegen een klasgenoot Help de juf met opruimen Vertel een klasgenoot waar je trots op bent Help een klasgenoot bij zijn opdracht Schrijf iets liefs voor een klasgenoot
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
G-Werk met een klasgenoot samen
N-Kom op voor een klasgenoot
N-Maak iets leuks voor een klasgenoot
I-Vraag een klasgenoot om samen te spelen
G-Vertel iets over jezelf aan een klasgenoot
I-Vertel een klasgenoot waar je blij van wordt
G-Vraag een klasgenoot om je te helpen
G-Wat hoop jij dit jaar zeker te leren?
B-Geef een compliment aan een klasgenoot
I-Doe iets leuks samen met een klasgenoot
I-Help een klasgenoot met opruimen
B-Vertel iets grappigs aan een klasgenoot
B-Zeg iets aardigs tegen een klasgenoot
N-Help de juf met opruimen
N-Vertel een klasgenoot waar je trots op bent
B-Help een klasgenoot bij zijn opdracht
B-Schrijf iets liefs voor een klasgenoot