Dit kindspreektgraag afDit kindspeeltgraagbuitenDit kindheeft eenbroer(tje)Dit kind eetgraagchocopastaDit kindhoudt vandansenDit kind is aleen opvakantie inNederlandgeweestDit kindslaaptgraag uitDit kind is aleens opvakantie inEuropageweestDit kindzit opvoetbalDit kindkomt altijdop de fietsnaar schoolDit kindheeft eenhondDit kindzit ophockeyDit kindheeft geenbroer(s) ofzus(sen)Dit kindtekentgraagDit kind isde oudstethuisDit kind isde jongstethuisDit kindheeft eenzus(je)Dit kindhoudtvan gymDit kindvindtrekenenleukDit kindheefteen katDit kindbespeelteeninstrumentDit kindspeeltgraaggamesDit kindeet graagpizzaDit kindvindtlezen leukDit kindspreektgraag afDit kindspeeltgraagbuitenDit kindheeft eenbroer(tje)Dit kind eetgraagchocopastaDit kindhoudt vandansenDit kind is aleen opvakantie inNederlandgeweestDit kindslaaptgraag uitDit kind is aleens opvakantie inEuropageweestDit kindzit opvoetbalDit kindkomt altijdop de fietsnaar schoolDit kindheeft eenhondDit kindzit ophockeyDit kindheeft geenbroer(s) ofzus(sen)Dit kindtekentgraagDit kind isde oudstethuisDit kind isde jongstethuisDit kindheeft eenzus(je)Dit kindhoudtvan gymDit kindvindtrekenenleukDit kindheefteen katDit kindbespeelteeninstrumentDit kindspeeltgraaggamesDit kindeet graagpizzaDit kindvindtlezen leuk

Kennismaken in groep 6 en 7 - Call List

(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
  1. Dit kind spreekt graag af
  2. Dit kind speelt graag buiten
  3. Dit kind heeft een broer(tje)
  4. Dit kind eet graag chocopasta
  5. Dit kind houdt van dansen
  6. Dit kind is al een op vakantie in Nederland geweest
  7. Dit kind slaapt graag uit
  8. Dit kind is al eens op vakantie in Europa geweest
  9. Dit kind zit op voetbal
  10. Dit kind komt altijd op de fiets naar school
  11. Dit kind heeft een hond
  12. Dit kind zit op hockey
  13. Dit kind heeft geen broer(s) of zus(sen)
  14. Dit kind tekent graag
  15. Dit kind is de oudste thuis
  16. Dit kind is de jongste thuis
  17. Dit kind heeft een zus(je)
  18. Dit kind houdt van gym
  19. Dit kind vindt rekenen leuk
  20. Dit kind heeft een kat
  21. Dit kind bespeelt een instrument
  22. Dit kind speelt graag games
  23. Dit kind eet graag pizza
  24. Dit kind vindt lezen leuk