Ik bijt heel hard op mijn tong. Ik hoor een luide knal. In de tuin van oma staat een kabouter. Is het waar dat jij goed kan fluiten? De zon schijnt en het is lekker warm. Ik weet niet op welke bladzijde het staat. Achter het lokaal hangt een kalender. In de verte klinkt de donder. Een jongen staat met hoge laarzen in het water. Vandaag is het niet zo koud. Ik heb pijn aan mijn schouder. De band van de vrachtwagen is lek. Jij speelt met de ballon. Vader smeert olie op de ketting. Ik ben met de fiets gevallen. Wij vertrekken morgen op kamp. Oma bakt een grote taart voor het feest. Ik vind de oefening niet zo moeilijk. Dirk eet een sappige peer. De kuikens zitten in het hok. In mijn huis vind je veel bloemen. Lisa leest een spannend boek in haar kamer. Sam speelt graag buiten met zijn hond. Tom ziet voetsporen van een beer. Sofie woont in een grote stad. Wil jij het licht aansteken? Ik aai een leeuw in het dierenpark. Ik slaap in een zacht bed. Een paarse broek met groene stippen. In de tuin groeit een rode bloem. Ik bijt heel hard op mijn tong. Ik hoor een luide knal. In de tuin van oma staat een kabouter. Is het waar dat jij goed kan fluiten? De zon schijnt en het is lekker warm. Ik weet niet op welke bladzijde het staat. Achter het lokaal hangt een kalender. In de verte klinkt de donder. Een jongen staat met hoge laarzen in het water. Vandaag is het niet zo koud. Ik heb pijn aan mijn schouder. De band van de vrachtwagen is lek. Jij speelt met de ballon. Vader smeert olie op de ketting. Ik ben met de fiets gevallen. Wij vertrekken morgen op kamp. Oma bakt een grote taart voor het feest. Ik vind de oefening niet zo moeilijk. Dirk eet een sappige peer. De kuikens zitten in het hok. In mijn huis vind je veel bloemen. Lisa leest een spannend boek in haar kamer. Sam speelt graag buiten met zijn hond. Tom ziet voetsporen van een beer. Sofie woont in een grote stad. Wil jij het licht aansteken? Ik aai een leeuw in het dierenpark. Ik slaap in een zacht bed. Een paarse broek met groene stippen. In de tuin groeit een rode bloem.
(Print) Use this randomly generated list as your call list when playing the game. There is no need to say the BINGO column name. Place some kind of mark (like an X, a checkmark, a dot, tally mark, etc) on each cell as you announce it, to keep track. You can also cut out each item, place them in a bag and pull words from the bag.
Ik bijt heel hard op mijn tong.
Ik hoor een luide knal.
In de tuin van oma staat een kabouter.
Is het waar dat jij goed kan fluiten?
De zon schijnt en het is lekker warm.
Ik weet niet op welke bladzijde het staat.
Achter het lokaal hangt een kalender.
In de verte klinkt de donder.
Een jongen staat met hoge laarzen in het water.
Vandaag is het niet zo koud.
Ik heb pijn aan mijn schouder.
De band van de vrachtwagen is lek.
Jij speelt met de ballon.
Vader smeert olie op de ketting.
Ik ben met de fiets gevallen.
Wij vertrekken morgen op kamp.
Oma bakt een grote taart voor het feest.
Ik vind de oefening niet zo moeilijk.
Dirk eet een sappige peer.
De kuikens zitten in het hok.
In mijn huis vind je veel bloemen.
Lisa leest een spannend boek in haar kamer.
Sam speelt graag buiten met zijn hond.
Tom ziet voetsporen van een beer.
Sofie woont in een grote stad.
Wil jij het licht aansteken?
Ik aai een leeuw in het dierenpark.
Ik slaap in een zacht bed.
Een paarse broek met groene stippen.
In de tuin groeit een rode bloem.